Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In hoeverre heeft de militair-rechterlijke organisatie in

den mobilisatietijd voldaan? «

Prae-advies voor een te houden militairen juristendag

door

Mr. G. VAN SLOOTEN Azn. President van den Krijgsraad te

's-Gravenhage.

Men moet niet praten over dingen, waarvan men geen verstand heeft — dat leert men reeds als kind. Men moet niet schrijven over zaken, waarvan men niets weet — dat leeren sommigen m hun geheele leven niet. En toch kan men beter een jaar onzin praten dan een uur nonsens schrijven.

Meer heb ik niet noodig om de lezers van dit prae-advies, waaraan ik niet dan na aarzelen ben begonnen, te doen billijken, dat zij hierin niet zullen vinden een volledige beantwoording van de gestelde vraag. Ik ben anderhalf jaar lang president van den Krijgsraad te 's-Gravenhage. Daarover kan ik meepraten. Over al hetgeen nog verder onder het begrip der militairrechterlgke organisatie valt, heb ik te zwijgen. Daaromtrent heb ik nog te leeren. Dus, al hetgeen het Hoog Militair Gerechtshof aangaat, is voor mij afgesloten terrein. Ook de rechtspraak van den militairen rechter bij de marine is voor mij terra incognita; ik kan daarin niet als gids optreden. Daarom wordt door mij slechts gepoogd om een inleiding te geven voor de bespreking van de vraag ten aanzien van de militaire rechtspraak voor de landmacht en dan nog alléén in eerste instantie. Dat ik het, niettegenstaande deze beperkingen, toch d'e moeite waard geacht heb aan den arbeid te gaan, vindt zijn verklaring in mijn overtuiging, dat juist dit gedeelte van het onderwerp zal blijken het belangrijkste

6 Het is toch bekend, dat ook in de gewone rechtspleging het strafproces in eerste instantie geldt als het belangrijkste; dat de goede organisatie van de gerechten van eerste kennisneming tegelyk de moeielijkste en meest ondankbare is geweest, terwijl de inrichting van de colleges voor hooger beroep en cassatie meestal zonder moeite en critiek verloopt. Het is tevens van algemeene bekendheid, dat niet het Hoog Militair Gerechtshof maar wel de krijgsraden het voorwerp van herhaalde min of meer onwelwillende oogenschouw waren. En wat betreft de organisatie van de rechtspleging by de

Sluiten