Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pensionneerden. De rechtbanken bleven te midden van hun eigen menschen, de justiciabelen van stad en arrondissement, waarvan zij geest en gewoonte door en door kenden. De krijgsraden waren, te midden van een mobiele armée, territoriaal vast ingedeeld en hadden geen voeling met bepaalde afdeëlingen van het leger. Op het verschil in toe te passen materieel recht valt in dit verband niejb te wijzen, doch men mag toch wel in 't oog houden, dat de rechtbanken veel eerder voorwaardelijke veroordeelingen hebben kunnen uitspreken dan de krijgsraden.

Na deze vooropgestelde opmerkingen, waarvan de bedoeling eenvoudig en klaarblijkelijk geen andere is, dan het standpunt van beoordeeling der werkzaamheden van de krijgsraden tot een behoorlijk niveau naar beneden te schroeven, wil ik overgaan tot een meer nauwkeurig overzicht van het voorhanden materiaal.

Door de mij opgelegde beperking vervallen vanzelf mogelijke beschouwingen over de verhouding tusschen de krijgsraden en het Hoog Militair Gerechtshof, en ik meen, dat de vraag of de rechters worden aangewezen onder behoorlijke'waarborgen voor hunne onafhankelijkheid en zelfstandigheid, van en tegenover wien dan ook, niet in debat zal komen en derhalve veilig mag worden voorbijgegaan. De vraag naar de geschiktheid voor het rechterschap is door de eigenaardige samenstelling der militaire rechtbanken, niet van algemeenen aard en kan dus niet op zichzelf worden gesteld en beantwoord.

Wanneer de een of andere menschelijke instelling het maar lang genoeg uithoudt, komt er altijd weer een oogenblik waarop zij, na te zijn geweest .obsoleet, verouderd., gemummifieeiid, opnieuw opbloeit tot hypermoderniteit.

De Krijgsraad oefent uit leekenrechtspraak. Laat^ons daarvoor maar rond uitkomen. Tot voor eenige jaren was zij zuivere leekenrechtspraak beschikkende over een officieele vraagbaak; thans is zij een herleving van de aloude schepenbank. Er is een tijd geweest, waarin dè meest aannemelijke dwaling van het oogenblik voerde tot verdoemenis van leekenrechtspraak, vooral in strafzaken. In dien tijd ontkenden zij, die gehecht waren aan het behoud der krijgsraden, waarschijnlijk geleerd door de geschiedenis, waarin de afschaffing van militaire rechtspraak pleegt vooraf te gaan aan den ondergang der weermacht — in dien tijd, zoo zeide ik, ontkenden dezulken, dat de militaire jurisdictie in eersten aanleg leekenrechtspraak was. Hunne argumenten vergden veel van de lankmoedigheid van hun gehoor; waartoe zou ik ze thans nog herhalen? In ieder geval, de officieren, tevens geboren juristen, werden voorgesteld als, ook ten gevolge van hun opleiding en in de practijk der rapporten verworven kennis, tot het rechterambt in militaire zaken meest geroepenen, en volstrekt niet als de meest geschikte personen om het oordeel over ijlen misdrijf, zooals dit wordt geveld door het nuchter en door geen

Sluiten