Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik mag echter niet nalaten hierbij op te merken, dat, gezien van een standpunt,, waarop alleen algemeen judicieele belangen gelden, de gepensionneerde heeren veel vóór hebben. In de eerste plaats hun leeftijd. Men moet niet te jong oordeelen over de jaren van een ander; grijze haren staan den rechter goed. In de tweede plaats hun zonder veel bezwaar te ëskennen objectiviteit. Actief dienende officieren, vooral in een klein leger, hebben wel eens te veel wrijving met de jttsticiabelen; men meent daarom wel te mogen stellen, dat ij^zich slechts met inspanning kunnen vrij maken van de waardeering der bij de zaken zijdelings betrokken belangen, die ook de hunne zijn of kunnen worden. In de derde plaats hun permanentie. Het is gebleken van groot belang te zijn geweest voor de afdoening der zaken, dat de militaire leden vanaf het begin tot' het einde der mobilisatie zijn gebleven. Niet alleen voor de oplossing' der juridische vragen, voor het vestigen van een jurisprudentie, maar ook voor de uitbakening van een behoorlijk systeem van straftoemeting. En in de vierde plaats hun vrije tijd, die mede oorzaak was van den animo, waarmede zij hun werk konden verrichten, terwijl actief dienende officieren zich aan de rechtspraak niet uitsluitend konden wijden en, geroepen uit hunne meer rechtstreeks bij den militairen dienst betrokken werkzaamheden, voorzoover men mag afgaan op hetgeen daaromtrent is geschreven en gedrukt, in een niet altijd even opgewekte stemming naar de zitting gingen.

Het spreekt vanzelf, dat het voor mij niet gemakkelijk is de gestelde vraag met betrekking tot den president van den krijgsraad te beantwoorden. En, al zag ik de moeielijkheid niet in, ik zou zeker niet de aangewezen persoon zijn om in deze iemand te overtuigen. Het komt mij dan ook beter voor de in het algemeen omschreven quaestie, zooals die aan het hoofd *Van dit geschrift is aangegeven, te ontleden in de vragen van bijzonderen aard, die zich hier opdringen. Ik herinner er dan aan, dat het presidium, zooals het thans geregeld is, werd aanbevolen als een maatregel ter wegneming van een mogelijken eenzjjdigen geest onder de militaire rechters; als een tegenwicht tegen de overheerschende positie van den auditeur-militair zoodra er zich minder eenvoudige reehtsquaesties voordeden; als een permanente zelfstandige kern van den krijgsraad te midden van de wisselende en nog in de militaire hiërarchie ingedeelde officierenleden. Daarnevens wijs ik op de bezwaren, die tegen dit instituut zijn aangevoerd: de schade, welke aan de krijgstucht zou worden toegebracht; de daling in het gehalte van de rechtspraak; het verminderen van het vertrouwen der justiciabelen in de krijgsraden.

Ik zou hieromtrent alleen willen opmerken, dat voor een inwendige reorganisatie van het geheele „bedrijf" van de krijgsraden, zooals deze noodig werd, toen het aantal te behandelen zaken als een lawine aangroeide, iemand „van het vak", die uit ondervinding kon beoordeelen, wat er gedaan moest worden om het gehalte der jurisdictie te midden van de overstelpende drukte op peil te houden,

Sluiten