Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontrustenden aehterstamd heengewerkt door deze uit de de vertienvoudiging van het aantal justitiabelen, de algemeenë toename dér criminaliteit en de verlenging van de lijst der strafbepalingen gevoede overstrooming. Dit is de hoofdpost ïn het credit van de organisatie.

Maar nu komen andere vragen, die niet zoo spoedig te beantwoorden zijn, en zij zijn deze: is er naast véél ook vlug en góéd1 gewerkt? En, bescheiden, komt daarachteraan nog deze: zoo neen, ligt dat dan aan de organisatie of aan de personen?

Militaire rechtspleging moet snel zijn. De handhaving van orde en tucht moet uit de vlotte hand geschieden, elke aarzeling, elk talmen, elk gezeur suggereert gebrek aan kracht en aau macht; is oorzaak van nieuwe ontbindingsverschijnselen. De oorlogvoerende staten hebben daarom zelfs het appèl, waar het nog bestond, afgeschaft. In België 27 Jan. 1916 op de uitdrukkelijke overweging, dat anders het doen van snel recht, wat een eisch is voor goede militaire rechtspraak, onmogelijk zou worden. De naar den krijgsraad verwezen delinquent moet ook aanstonds uit het midden van zijn kameraden kunnen verdwijnen, hij mag niet in kwartier of politiekamer werken of maandenlang blijven omhangen en, in gezelschap van meer exemplaren van zijn soort, een haard van infectie vormen. Het mag niet mogelijk zijn, dat bij het wijzen van het vonnis de opgelegde vrijheidstraf moet geacht worden reeds, door het afgetrokken voorarrest, geheel te zijn ondergaan. Waar blijft dan de beteekenis èn van rechter èn van straf? Dat voelt ieder, maar hoeveel meer de soldaat, die plotseling gewaar wordt, dat het practisch verschil in geduchtheid van den corpscommandant en den krijgsraad niet de moeite waard is. Doch wat dring ik langer aan een open deur?

Nu kan ik niet anders dan toegeven, dat het met de snelle berechting der zaken door de krijgsraden niet naar wensch is gegaan. Duurde het geheele strafproces in eersten aanleg (van den dag van in-arrest-stelling tot dien van de pronunciatie van het vonnis) in 1902 ongeveer 20 dagen, *) gedurende de mobilisatie is die tijd aanmerkelijk verlengd. Er zijn leelijke vertragingen geweest. Niet meer dan bij de burgerlijke justitie — houdt dat in 't oog — maar omdat het hier militaire rechtspleging geldt, mag men daarmee geen vergelijkingen maken.

Cijfers als de volgende mogen niet voorkomen: in 1918 voor het Eerste Arrondisement: aantal zaken waarin meer dan drie maanden tusschenruimte was van den datum van het arrest en het wijzen (niet eens het pronuntieeren) van het vonnis: 357 op een totaal van 2074, in het tweede arrondissement 108 op 3645.

Dit te langzaam tempo is niet te wijten geweest aan de plaatselijke en garnizoenscommandanten, ook niet aan de auditeurs, nog minder aan de krijgsraden, maar mag gesteld worden op rekening van de instructie. De instructie is geweest de zwakke schalm in de ketting.

1) Volgens de gegevens van Mr. van Engen,

Sluiten