Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want met dit alles is nog slechts aangetoond, wat ieder al lang wist, namelijk dat de militairrechterlijke organisatie, zooals alle mensehelijke instellingen, niet volmaakt is, en evenmin als alle andere organisaties aan de hoogste eischen kan voldoen. ILn aangezien niemand en niets mag worden verworpen omdat daarmede geen ideaal is bereikt, deert deze uitkomst ook de militaire jurisdictie nog niet. , *. ,

Een zuiver oordeel zou slechts kunnen worden uitgesproken na een vergelijking. Waarmede? Natuurlijk met de arrondissementsrechtbanken, voorzooveel betreft de algemeene criminaliteit. En dan behoeft men niet lang te aarzelen met de conclusie, dat deze ^geen betere, eerder slechtere resultaten hebben bereikt. Eerst in den lateren tijd van den oorlog nam de algemeene criminaliteit in het leger ook absoluut toe, voorheen was deze vermeerdering meer relatief m verhouding tot het grooter effectief. Maar veel eerder en veel heviger steeg het aantal vonnissen, uitgesproken over een burgermaatschappij, waaraan door den dienstplicht nog de personen van de meest crimineele leeftijden waren onttrokken. ,

Ieder weet, dat hiermede de burgerlijke rechterlijke organisatie niet veroordeeld is. Ieder weet, waarom dit alles zoo is geschied en moest geschieden ten spijt van de beste rechterlijke instellingen. Het is volkomen overbodig dit hier te herhalen. Maar a fortion is dan ook tégen de militaire jurisdictie daaruit geen aanklacht op te maken.

Geldt het de handhaving van de tucht, dan ontbreekt ons een maatstaf ter vergelijking. Ik weet geen tuchtcollege, dat kan worden vergeleken met een krijgsraad en dat opereert op een lichaam, dat op één lijn kan worden gesteld met een leger. Het oordeel is daarom wat moeielyker.

Men moet daarbij in de allereerste plaats zich wel voor oogen houden, dat, zooals ik reeds op een vorige bladzijde heb aangetoond, de militaire jurisdictie in vredesorganisatie oorlogswerk heeft moeten doen, ja wellicht geplaatst is voor een taak zwaarder dan de opgaaf om tn een leger op 't oorlogspad de tucht te onderhouden. Een groot, werkeloos en afwachtend leger, haastig opgeleid kader, slecht onderlegde reserve-officieren, oude boosdoeners met den landstorm in de gelederen verdwaald, verleiding tot oneerlijkheid aan alle kanten, ondermijnende propaganda, ledigheid en nog eens ledigheid, en daartegenover geen vijand, geen gemeenschappelijk dadelyk doodsgevaar. Wat richt men daartegen op den duur uit met veroordeelingen, die maanden na het plegen der feiten kunnen worden uitgesproken, die dikwijls in het geheel niet meer kunnen worden geëxecuteerd; wat wil men daartegen doen met de ontzegging om bij de gewapende macht te dienen, terwijl de delinquent maandenlang in de gelegenheid is gelaten een voorganger in onbeschaamdheid te blijven. Alleen dan, wanneer op de oorlogsorganisatie van de weermacht ook de mobilisatie van de militaire justitie was ge-

Sluiten