Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgd, zou men over de werking van deze laatste, met betrekking tot het handhaven van de tucht, een beslist oordeel kunnen uitspreken. Nu dit niet geschied is, kan men slechts blijde zijn, dat het niet erger is geweest dan het geweest is, en dankbaar zijn dat de militaire rechtspraak, aan haar lot overgelaten, de moeielijke taak, zooals het gaan wilde, ten einde heeft gebracht.

Vervolgens mag men mdet voorbijzien, diat dte han'dhavdnlg dier tucht door de militaire justitie niet voldoende is ondersteund door de meest noodzakelijke buitengerechtelijke maatregelen ter bevordering en onderhouding van den goeden geest. Ik breng gaarne alle hulde aan hen, .die zich daarvoor op alle mogelijke wijze hebben ingespannen, doch ik weet, dat zij. aan mijne zijde zullen staan, wan-, neer ik stel, dat alle kleine middelen moesten falen, omdat het voornaamste niet werd toegepast.

Er is herhaaldelijk gezegd, dat het vraagstuk der criminaliteit in het algemeen nauw samenhangt met het woningvraagstuk. Het is zoo dikwijls gezegd, dat de argumenten overbekend kunnen worden geacht. Naar mijne bescheiden meening bestaat dit verband ook met de tucht. Het moet oneindig veel gemakkelijker zijn de goede tucht te handhaven onder een troep, die goed gehuisvest is, dan onder soldaten aan wie alle ruimte, licht en eenvoudigste comfort ontbreekt, die geen gelegenheid hebben hun goed behoorlijk op te bergen, die met zeer vele anderen tesamen voor den nacht in één vertrek worden opgeborgen, en die na eenigen tijd de hopeloosheid van den strijd tegen onzindelijkheid, de eerste phase van tuchteloosheid, beginnen in te zien. Men zegt wel: laat mij uw kamer zien en ik zal zeggen wat voor een mensch gij zijt. Men zou ook wel mogen beweren : laat mij de kazerne, het kamp, het kwartier kijken, en ik zal u zeggen of gij daarin goede of slechte soldaten zult hebben. Wie wil leeren inzien hoeveel daaraan ontbroken heeft, moet eens een kijkje nemen in hetgeen op dit gebied door Engelschen en Amerikanen werd gedaan, en daarna de lokalen ihspecteeren, waarin onze jongelieden hebben moeten leven.

In verband hiermede is ook ernstig te kort geschoten in de behoorlijke afzondering van onordelijke'en tuchtelooze elementen, >zoodra zij voor eenig strafbaar feit in voorarrest waren gezet. Eerst laat, en 'vrij zeker te laat, heeft men ingezien welk een heilloozen invloed op de tucht moest worden uitgeoefend door de waarlijk deplprabelè" arrestlokalen. Hoeveel jongelui, die toch werkelijk niet slecht waren, zijn daarin voor den militairen diénst voorgoed bedorven! Hoeveel zaken, die voor den krijgsraad kwamen, moesten wordén in verband gebracht met een voorarrest, 't zij van den beklaagde, 't zij van anderén!

Ik zou nog omtrent menig anderen tuchtvernietigenden toestand in het gemobiliseerd leger, die bij de behandeling van strafzaken in den krijgsraad aan 't licht kwam, iets te berde kunnen brengen, doch dit is niet noodig, wanneer men de hierboven vermelde als voorbeelden wil beschouwen, en met mij daaruit de gevolgtrekking

Sluiten