Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verblijf in het garnizoen, waar hij functioneert. En ook is het noodzakelijk, dat degene, die den officier-commissaris 'benoemt, zich op dë hoogte houdt van het bedrijf en van de wijze, waarop het door den onder zijne verantwoordelijkheid benoemden officier-commissaris wordt uitgeoefend. Wil die controle daadwerkelijk zijn, dan zal zij ook moeten worden uitgeoefend door den commandtoix ter plaatse en niet door een, zij het ook hoogere autoriteit, die op een vaak ver verwijderde plaats resideert. Van de twee wettelijke waarborgen, die ik hierboven noemde, is tijdeus de mobilisatie trouwens al heel weinig terechtgekomen: meer dan één officier-commissaris bekleedde geen of een anderen rang dan dien van kapitein en meer dan één behoorde tot een ander garnizoen, dan waar hij functioneerde. Wanneer nu de vrije keuze betere resultaten had opgeleverd dan het strikt in-acbt-nemen der wetsbepalingen, dan zou men zich bij die resultaten hebben kunnen neerleggen. Maar inderdaad zijn die resultaten bedroevend geweest. In M. R. T. XIV blz. 333 Wijdde Mr. Nord Thomson aan dit onderwerp eenige beschouwingen, waarvan ik de conclusie geheel kan onderschrijven; het oordeel van den schrijver over den officier-commissaris tijdens de mobilisatie lijkt mij eerder te rooskleurig 'dan te zwart. Ik zou ten minste wel durven zeggen, dat van de + 12000 zaken, waarin eene instructie is gehouden en waarvan ik de dossiers tijdens de mobilisatie onder mijne oogen heb gehad, er maar zeer enkele waren, waarvan de instructie aan eenigszins redelijke eischen kon voldoen. De processen-verbaal geven in den regel op twee wijzen blijk van gebrek aan inzicht, wat des officieren-commissaris is: de eerste soort herhaalt bijna woordelijk, wat in de verwijzing wordt te laste gelegd, meestal vrijwel zonder ter zake dienende bijzonderheden en met eene herhaling van die elementen, waarnaar het onderzoek in eene bepaaldë terminologie pleegt te geschieden. Beklaagde en getuige^ leggen dan verklaringen af over onderwerpen, waaromtrent zij met den besten wil niets kunnen weten. Dit soort processen-verbaal voor het redigeeren van het vonnis zeer gemakkelijk, wanneer men dë innerlijke waarde ervan niet beoordeelt. De andere soort daarentegen levert den Krijgsraad heel wat meer hoofdbrekens op, maar geeft een getrouwer relaas van hetgeen in werkelijkheid bij het verhoor is geschied: zij bevatten óf een verward verhaal va$ het gebeurde, waarbij vele niet ter zake dienende bijzonderheden worden vermeld en enkele essentialia doodgezwegen óf antwoo£[ den op een aantal niet zeer samenhangende vragen, die vaak als praemisse een nog niet afgelegde bekentenis vooropstellen.

Dat het bij dë landmacht met onze officieren-commissarissen zoo treurig is gesteld, behoeft waarlijk niet te verwonderen. Hoe zou men uit het zeer beperkte aantal bevoegden, overal waar de praktijk dit eischt, eene goede keus kunnen maken? Het instrueeren van een strafzaak is waarlijk niet iets, wat men zonder speciale opleiding en zonder praktische oefening leert en er behoeft hier zeker niet aan herinnerd te worden, hoe weinig men voor de juriJ

Sluiten