Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dische opleiding der officieren van de landmacht heeft gedaan. Wat aan de K. M. A., aan de H. C. en aan dë scholen voor verlof soffioieren van militair recht wordt onderwezen, kan toch zeker niet voldoende zijn om van den, aanstaanden officier een bruikbaar officier-commissaris te maken en het is zeker merkwaardig, dat aan de Hoogere Krijgsschool zelfs in het geheel geen militair recht wordt gedoceerd. Op welke wijze het onderwijs aan eerstgenoemde inrichtingen van onderwijs plaats -heeft, ondervond ik eens, toen een leeraar in militair recht aan een dier inrichtingen zich bij mij er over beklaagde, dat hij leerlingen had, die na de derde les <nog geen juist denkbeeld hadden over de leerstukken van „dolus" en „culpa". De enkele beroepsofficieren, die na het behalen van hun doctorstitel nog in dienst blijven, zijn volstrekt niet als regel voor militair-rechterlijke functies gebruikt en ook de juristen-verlofsofficieren deelden dikwijls hetzelfde lot. Van deze laatsten waren trouwens maar zeer enkelen tot officier-commissaris benoembaar wegens het nog niet bereiken van den kapiteinsrang. Merkwaardig is het wel, dat men, nu zoovele onbevoegden zijn benoemd, niet bij voorkeur uit dë juristen-verlofsofficieren de officieren-commissarissen heeft gekozen. Ik erken natuurlijk gaarne, dat onder hen vele waren, die om hun leeftijd minder geschikt moesten worden geaoht en dat de meeste juristen nog geen militair-juristen zijn, maar aan den anderen kant waren de meeste officieren-commissarissen der mobilisatie noch als jurist, noch om eenige andere reden in 't bijzonder aangewezen om eene belangrijke militairrechH;erlijke functie te vervullen.

Zal men al in vele opzichten niet kunnen krijgen, wat men iwenscht, toch geloof ik, dat er in de allereerste plaats zal moeten worden gestreefd naar het verkrijgen van een voldoende aantal goede officieren-commissarissen. Immers is, veel meer dan in het burgerlijk strafgeding, de instructie in ons militair procesrecht het belangtejjkète moment van het proces, m.i. dikwijls veel belangrijker dan de behandeling voor den krijgsraad zelf. In de eerste plaats, omdat de verhouding van officier-commissaris tot beklaagde eene gesubordineerde is en laatstgenoemde zich uit den aard der zaak dus minder vrij zal voelen, hetgeen ten gevolge heeft, dat men bij eene goede ióstructie meer, maar bij eene slechte instructie minder waarde heeft te hechten aan hetgeen de beklaagde" bij zijne verhoeren heeft opgegeven. Vervolgens omdat de getuigen onder eede worden gehoord en dus hunne verklaringen bij eene goede instructie eveneens meer waarborgen kunnen bieden voor eerlijkheid; aan den anderen 'kant wordt het den getuigen, die onder den invloed van een onbe? 'kwaam officier-commissaris verklaringen hebben afgelegd, dié niet 'volkomen juist zijn, veel moeilijker daarop terug te komën, nu zij eenmaal beëedigd zijn. Naar mijne meening is dan ook het verhoo;jjên' van getuigen buiten eede door een hoogstaand en voor zijn taak gerekend persoon van meer werkelijk gewicht, dan wanneer reeds dadelijk de eed als dwangmiddel voor het spreken van de waarheid

Sluiten