Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„beklaagde, gij hebt toen en toen daar en daar dien en dien een klap gegeven, nietwaar?" en wanneer de beklaagde bevestigend antwoordde, daarop in één adem liet volgen: „waarom hebt ge dat ge-' „daan? ge weet toch wel, dat ge een ander niet moogt slaan?" Na het antwoord op deze vragen, dat ieder, die wel eens een strafzitting heeft bijgewoond, wel ongeveer zelf kan formuleeren, was het onderzoek ter terechtzitting dan afgeloopen. Nu mag men terecht zeggen, dat deze president blijkbaar het talent miste om een onderzoek behoorlijk te leiden, toch ben ik overtuigd, dat de waarde van het onderzoek bij andere presidenten niet zoo heel veel grooter is |.geweest. Is een beklaagde door politie, commissie van korps-onderzoek en officier-commissaris reeds eenige malen gehoord en zijn deze verhooren niet strikt onzijdig afgenomen, dan komt hij nu eenmaal niet voor den krijgsraad als een ongelezen boek, dat niet bij voorkeur op de reeds vaak doorgelezen bladzijden openvalt. Zulk een beklaagde — en bij de militaire justitie zijn zij het bijna allen — vertelt meestal niet zijn eigen verhaal, zooals hij het zelf wil geven, maar zooals het geworden is onder den invloed van vaak suggestieve verhooren. Maar zelden is het mogelijk uit dergelijke opgaven eigen en vreemd te onderscheiden zonder die opgaven aan verklaringen van anderen, de getuigen, te toetsen. Laat men niet denken, dat de beklaagden zelf niet gevoeld hebben wat er aan de behandeling van hunne zaken ontbrak! Menigmaal heb ik in allerlei toonaarden verontwaardigde, nijdige, bedaarde, spijtige, medelijdende of bedroefde protesten moeten hooren over de wijze, waarop hun recht werd gedaan. Het is dan ook voor een beklaagde niet gering te worden veroordeeld op vérklaringen van getuigen, buiten zijne tegenwoordigheid afgelegd en waarvan hij alleen door ze te hooren Voorlezen kennis kan krijgen. Men denke niet alleen aan beklaagden, die volledig ontkennen, maar evenzeer aan hen, wier ontkentenis slechts een onderdeel van het feit betreft; men denke ook aan hen, die zich door dronkenschap niets van het te laste gelegde feit kunnen herinneren of die niet ontwikkeld genoeg zijn om de voorlezing van een vaak, lijvig dossier in het tempo, waarin dit gewoonlijk geschiedt, in zich op te nemen en te gëïnibimideend' om een langzamer voorlezing te verzoeken. En niet het minst denke men aan hen, die van wantrouwenden aard zijn en, dikwijls terecht, vreezen, dat de voorgelezen processen-verbaal geen juist beeld geven van het werkelijk behandelde.

Het is niet mijne bedoeling door deze opmerkingen een verwijt te maken aan de krijgsraden. Wilde men alle voorkomende zaken behandelen, dan viel er aan eene volledige behandeling ter terechtzitting niet te denken; verkoos men eene volledige behandeling, dan zou eene onoverkomelijke achterstand daarvan het gevolg zijn geweest. De krijgsraden hebben den eersten weg uit het dilemma gekozen; de regeering is daardoor in zoete rust gewiegd en voelde zich tamelijk voldaan, dat de militairrechterlijke machine ondanks de ongunstige omstandigheden niet vastliep en bleef verwerken, wat er

Sluiten