Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

motiveering te voorzien. Al ga ik niet zoover als Mr. Levy, die in de motiveering van vonnissen „de eenige en uitsluitende waarborg ,,voor eene goede rechtsbedeeling" ziet, toch acht ik in het algemeen het ontbreken van motieven in vonnissen niet gewenscht. Dikwijls worden van de zijde van openbaar ministerie of van die der verdediging gronden aangevoerd, waarmee beoogd wordt den rechter eene beslissing in de eene of andere richting te doen nemen; in den regel worden bij het Hof die gronden doodgezwegen en tast mien volslagen in het duister ten aanzien der motieven, waarop eene andere beslissing dan de gewenschte werd genomen. En toch zou eene kennisneming van die motieven van het grootste belang zijn. Al zou het slechts geschieden uit beleefdheid tegenover dengene, die eene andere meening heeft voorgedragen, dan zou daarmede reeds gewonnen zijn met betrekking tot 'de goede verstandhouding ftusschen rechter eenerzijds en openbaar ministerie en balie anderzijds. Maar ook overigens geloof ik, dat er eene belangrijke aanwinst voor de rechtszekerheid zou ontstaan, wanneer de rechter zich minder in nevelen zou hullen en openlijk zijne meening ook ten aanzien van voorgedragen detailkwesties zou uitspreken. Zeker, de vonnissen zouden meer aan kritiek en meer aan beroep en cassatie blootstaan, maar juist daardoor zou de rechter verplicht zijn zich meer binnen de perken der wet te houden en geen vonnissen te wijzen, waarvan soms niemand de juridische constructie begrijpt. En ook degene, wiens gronden niet worden aanvaard, heeft er recht op te weten, wat er naar het oordeel van den rechter aan zijn betoog hapert, wil het recht van verdediging niet tot een verweer van Barbertje worden. Maar wanneer de gevolgde praktijk in het algemeen afkeuring verdient, in hooger mate doet zij dit bij onzen militairen rechter en wel om twee redenen. De eerste is deze, dat het motiveeren van de genomen beslissing de noodzakelijke neiging van leekerechters om over juridische argumenten heen te stappen zal nivelleeren; de tweede berust meer speciaal op onze Nederlandsche toestanden. Onze militaire wetgeving is nu eenmaal zoo verouderd, dat zij niet meer te gebruiken is; de rechter heeft er zoo goed en zoo kwaad dat ging wat van gemaakt en er wordt een recht toegepast, dat men uit de wet niet kan halen. Op geen enkel gebied .wordt zooveel gebruik gemaakt van het ongeschreven recht als op dat van het militair recht. Juist dat ongeschrevenzijn maakt het noodzakelijk, dat ieder wete, waarom hij werd berecht, zooals geschiedde; laat men na, dit duidelijk te zeggen, dan laadt men den schijn van willekeur op zich, zeer ten nadeele van rechtspraak en rechterlijke macht.

Ik kan op dit euvel wijzen, omdat ieder, die tijdens de mobilisatie geregeld met de werkzaamheden van het Hof in aanraking is gekomen, eerbied moet hebben voör de wijze, waarop dit College tijdens den moeilijken mobilisatietijd heeft gewerkt. Al zal men het eens zijn met de woorden van den Amerikaanschen filosoof, dat er geen beter middel is om slechte wetten te bestrijden dan eene stipte toepassing ervan, toch moet dankbaar worden erkend, dat het Hof

Sluiten