Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ning dringend noodzakelijk is, wil bij eene volgende mobilisatie niet weer de zaak in het moeras loopen. Ik bedoel hier als eerste fout, dat onze organisatie geheel is ingericht op vredestijd, zoodat men bij mobilisatie of oorlog een geheel nieuwe organisatie uit den grond moet stampen. zonder eenige voorbereiding en in de tweede plaats het gemis aan eene behoorlijke juridische opleiding onzer officieren.

Die eerste fout is wel de meest belangrijke, omdat de voorziening daarin tevens bepaalt welke taak onze officieren op het gebied der rechtspleging hebben te vervullen. Een mogelijke overgang van de vredesorganisatie der militairrechterlijke macht in eene mobilisatieen oorlogsorganisatie lijkt mij bovendien een van de meest dringende redenen, waarom een militairrechterlijke macht in vredestijd noodzakelijk is. Het heeft mij altijd verwonderd, hoë strafrechtgeleerden van den eersten rang als behoeften van een militaire rechtspraak in vredes- en in oorlogstijd tegenover elkaar stellen goed recht en snel recht; naar mijne overtuiging behoort zoowel in vredes- als in .oorlogstijd naar beide evenzeer te worden gestreefd. Een rechtspraak, die er genoegen mtee neemt in oorlogstijd recht van mindere kwaliteit te geven, geeft in het geheel geen recht; zij geeft bovendien aan de justitiabelen geen rechtsbevrediging en is als zoodanig voor het leger eerder een gevaar dan een hulpmiddel tot uitvoering van zijn hooge taak. Zeker zal het in oorlogstijd vaker voorkomen, dat een onrechtvaardige maatregel geboden is en men niet den trageren loop van het recht kan afwachtten om te reageeren op bepaalde feiten, maar dit mag toch nimmer een motief zijn om niet naar het beste te streven, wanneer men — en dit zal regel behooren te zijn — niet in die droeve noodzakelijkheid verkeert. Daar komt nog bij, dat hoe minder bruikbaar de militairrechterlijke organisatie in oorlogstijd is, des te vaker de noodzakelijkheid zich zal voordoen haar voorbij te gaan; is er om zoo te zeggen altijd een bevoegde officiercommissaris, een tot verwijzen bevoegde commandant en een bevoegde krijgsraad bij de hand, dan kan men de berechting veel eerder aan die organen overlaten dan wanneer eerst moet worden gecorrespondeerd, beklaagden en getuigen moeten worden overgezonden enz. De groote moeilijkheid bij den overgang van vredesop oorlogsorganisatie ligt m.i. hierin, dat de eischen voor beide toestanden geheel anders zijn. In vredestijd is er geen reden om eene andere organisatie te maken dan eene territoriale; de troepen hebben hunne vaste verblijfplaatsen, waar zij zich niet dan bij uitzondering uit verwijderen en dan meestal slechts tijdelijk, terwijl het grondgebied, waarover jurisdictie moet worden gevoerd, onveranderlijk is. In oorlogstijd daarentegen is voor het veldleger eene territoriale regeling al zeer onpraktisch, omdat de onderdeelen daarvan bestemd zijn zich voortdurend te verplaatsen en de tot die onderdeelen behoorende militairen zich in den regel voor krijgsraadzaken niet daarvan kunnen verwijderen. Bovendien kan de omvang van het rechtsgebied veranderen tengevolge Van occupatie van vreemd grondgebied door ons leger dan wel van ons territoir door de vij-

Sluiten