Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeemacht, waar naar ik meen de adelborsten veel meer aan de rechtsstudie doen dan de cadetten en hoofdcursianen bij de landmacht, wordt het noodzakelijk gevonden na het voltooien der studie voor officier een afzonderlijke studie te ondernemen in het recht, wil er sprake zijn van het bezitten van „bijzondere rechtskennis". Bij de landmacht bestaat de gelegenheid tot het ondernemen van die studie niet. De resultaten van de studie der z.g. „ondermeesters" mag zeker alle vertrouwen geven voor eene invoering van dit instituut bij de landmacht. Ik zou dan ook zeker niet aarzelen om aan deze invoering de voorkeur te geven boven eene opdrijving der exameneischen voor officier. Kon aan alle officieren voldoende rechtskennis worden bijgebracht, het zou zeker veel gemakkelijker zijn. Maar dit mag en behoeft niet te worden geëischt; evenmin eischt men, dat ieder officier geschikt is voor topograaf of vliegtuigwaarnemer. Wel kan men verlangen, dat er een voldoende aantal officieren is, die als krijgsraadlid kunnen worden werkzaam gesteld. Door de gelegenheid tot opleiding te geven en het volgen van die opleiding aan te moedigen, zal in deze richting reeds een belangrijke stap in de goede richting worden gedaan. Of deze opleiding zou moeten worden gegeven aan een bijzondere inrichting, zooals de rechtsschool met 3-jarigen cursus te St. Petersburg, die thans wel niet meer zal bestaan, dan wel aan de academie, is eene quaestie van uitvoering. M,. i. is de laatste opleidingswijze het meest geschikt, waar daarvoor te Amsterdam reeds de grondslag is gelegd met den cursus voor de zeemacht en het lectoraat in het militair recht. Wil men liever aan eene Rijksuniversiteit dë opleiding doen plaats hebben, dan ware Utrecht het meest aangewezen, omdat daar de aanwezigheid van het H. M. G. aan de praktische opleiding ware dienstbaar te maken.

Bij de hierboven voorgestane verbeteringen liet ik buiten beschouwing de organisatie van het secretariaat der instructie en der krijgsraden. Niet omdat ik die onbelangrijk vind, maar omdat zij weinig moeilijkheden behoeft op te leveren. Wanneer het peil der rechterlijke ambtenaren wordt opgevoerd, wordt de taak van den secretaris meer zuiver administratief ; bovendien zie ik geen reden waarom mten den secretaris slechts uit de officieren zou kiezen. Ook onder de onderofficieren en soldaten zijn tal van personen te vinden, die voor deze betrekking zeer geschikt kunnen worden geacht. In vredestijd kan men misschien het vervullen van een secretariaat gedurende een zekeren tijd dienstbaar maken aan. de juridische opleiding der beroepsofficieren, zoodra het leger gemobiliseerd is, zal er zeker een voldoend aantal personen ter beschikking zijn om de secretariaten der instructie en der krijgsraden behoorlijk waar te nemen. Ik ben er van overtuigd, dat door eene organisatie, als ik schetste, een vruchtbare samenwerking tusschen het militaire en juridische element in het leven ware te roepen. Men zou twee soorten van officieren krijgen, die beide voor het vervullen van militairrechterlijke functies geschikt zouden zijn; bij de samenstelling der krijgs-

Sluiten