Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon pasklaar te maken voor de buitengewone omstandigheden en gegevens voor eene algeheele herziening te verzamelen.

Het was oorspronkelijk mijne bedoeling de ervaringen, die in het buitenland met de militaire justitie in de oorlogsjaren zijn opgedaan, te toetsen aan de onze. Ik had daarbij het oog gevestigd op Duitschland, Frankrijk, België en Zwitserland; de beide eerste landen koos ik, omdat ik meende, dat de uitgebreidheid der militairrechterlijke organisatie stof te over zou bieden voor het maken van conclusies ten opzichte van de oorlogsbehoeften bij oorlogvoering in ■ eigen land en in bezet gebied, — België, omdat de Belgische rechtspleging haar oorsprong vindt in de onze en vergelijking dus bijzonder gemakkelijk moest zijn, — en Zwitserland, omdat de feitelijke toestand daar te lande tijdens de mobilisatie in zoovele opzichten met de onze overeenkwam. Het is mij echter niet mogen gelukken de gegevens te krijgen, die ik meende noodig te hebben. Reeds in de eerste mobilisatiejaren waren zelfs de landen, die buiten den oorlog bleven, zeer moeilijk ten aanzien van den uitvoer van boeken en tijdschriften, waarin het woord „militair" voorkwam; zoo gelukte het mij in 1916 na het verschijnen van Haf ter s ontwerp voor een Zwitsersch wetboek van militair strafrecht in den aanvang niet hiervan een exemplaar te verkrijgen. Later heb ik het toch gekregen en ben ik er niet in geslaagd daarin iets te vinden, waarvan mijne kennisneming den Zwitserschen staat in gevaar zou kunnen brengen. In de oorlogvoerende landen was het niet beter; zoo werden de overzichten der jurisprudentie van het Reichsmilitargericht uit het Archiv für Militarrecht verwijderd, vóórdat de voor Nederland bestemde exemplaren door de censuur werden vrijgegeven. Ik had gehoopt, dat de huidige toestand eenige verandering zou hebben gebracht; uit Frankrijk heb ik echter volstrekt geen bijzondere gegevens kunnen krijgen, uit Duitschland en België geen volledige en alleen uit Zwitserland mocht ik door de vriendelijke bemiddeling van onzen militairen 'attaché, den majoor F. J. Backer, wien ik daarvoor bij zonderen dank verschuldigd ben, voldoende opgaven ontvangen om een inzicht te krijgen van den toestand daar te lande. Ik zie daarom van eene vergelijking, zooals ik mij die had voorgesteld, af en wil alleen eenige punten bespreken, die met het voorgaande verband houden.

Allereerst dan Zwitserland. Men kent de legerorganisatie, die in hoofdzaak hierop berust, dat er —• met uitzondering van instructeurs en eenige anderen — geen beroepsmilitairen zijn en dat er slechts gedurende korte perioden, maar vrij dikwijls werkelijken dienst wordt verricht. Het leger is samengesteld uit zes divisies, die in vredestijd rechtstreeks onder het departement van oorlog staan; in oorlogstijd kunnen twee'of meer divisies als legercorps vereenigd worden en wordt een opperbevelhebber van het leger benoemd. Iedere divisie heeft zijn eigen divisiearrondissement, uit welks inwoners de divisie wordt gerecruteerd. De militairrechter-

Sluiten