Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennis en vaardigheid, dat zich zijn geheele leven lang pijnlijk zal doen gevoelen.

Moeilijker wordt echter de oplossing, wanneer de onbekwame of ongeschikte leerkracht nog betrekkelijk jong is en er dus van pensioeneering geen sprake kan zijn. Hoe dan tot verbetering te komen ?

Zijn het aankomende onderwijzers, dan komt er in den regel heel wat van terecht. Raadgevingen, voorbeelden, zelfonderzoek, besprekingen in vakvereenigingen, consciencieusheid in de vervulling van taak en plicht, zorg voor de toekomst, eerzucht om vooruit te komen en bij bezoek in de klasse een goed figuur te maken, doen hun goede werking. Men moet niet te spoedig wanhopen. Door welke sukkelingen zijn wij zelf heengegaan, voor we het goede pad kenden, rechtop konden gaan, de rechte lijn konden houden en als onbetwist heer en meester voor de klas stonden, zonder een oogenblik ongerust te worden, dat ons de teugels zouden ontglippen.

Menig onderwijzer zal zich beangst gevoelen, als hij nadenkt over de gevolgen van zijn eerste strompelingen.

Bij den een duurt die periode lang, bij den ander wat korter, maar we maken ze allen door. En de dorpsscholen loopen daarbij weer het grootste gevaar. De jongere onderwijzers en onderwijzeressen worden in den regel eerst op de dorpen geplaatst, om, wanneer ze bitwijs zijn geworden en hooger op willen, spoedig te vertrekken naar een plaats, die meer salaris biedt, die betere studiegelegenheid geeft, of die om andere redenen aantrekkelijker is. Ik heb van die scholen gekend, die zoo ééns per jaar, wisselden van onderwijzer, niet altijd ten voordeele van het onderwijs.

Nu is het handhaven van orde en tucht op een dorpsschool in den regel gemakkelijker dan in de steden. Van die moeilijke elementen, die gladjanussen, die stiekemers, die welbespraakten, die humoristen, die veinzaards is er op een dorpsschool slechts een zeer laag procent en het algemeene milieu werkt niet mee met hen. Ik zou zeggen, de kinderen doorgluren de onervarenheid van den jeugdigen paedagoog niet zoo gauw; hebben van huis uit meer respect voor den meester, dien ze aanzien voor een man, die het op den weg der volmaaktheid en der wetenschap al een heel eind ver gebracht heeft, en hun omgeving weerspreekt die jeugdervaringen niet.

Sluiten