Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dat opzicht zou ik het een zegen vinden, indien alle onderwijzers hun loopbaan aanvingen op een dorpsschool.

Maar die vele wisselingen geven aan het onderwijs toch iets onstandvastigs; het onderwijs van den een sluit niet meer zoo precies bij dat van den ander aan, en na verloop van tijd ontstaan er lacunen, die niet zoo gemakkelijk „ausgefüllt" worden.

Hoe hierin te voorzien? Aan de algeheele vrijheid van solliciteeren zal een kleine rem aangelegd moeten worden. En dat zal gemakkelijker gaan, als eene rijksregeling van de salarissen de groote verschillen, ten minste in de salarissen van de eerste jaren, zal hebben weggewerkt.

Een verplichte stage van laat ons zeggen 2 jaar voor de eerste betrekking zou zonder bezwaar ingevoerd kunnfen worden. Die termijn is niet te lang, noch voor de bestüren, noch voor de onderwijzers. Of die maatregelen ook voor de verdere dienstjaren genomen moeten worden, wil ik thans in het midden laten; zeker zou er iets te doen zijn in den vorm van vergoeding van verhuiskosten en het inhouden van die vergoeding, wanneer na of binnen zekere termijnen eene verandering gewenscht wordt.

Moeilijker zijn te behandelen de gevallen van onbekwaamheid en ongeschiktheid op lateren diensttijd. Dergelijke gevallen moeten geheel als tuchtzaken behandeld worden. De onbekwaamheid en de ongeschiktheid zijn niet zoo heel gemakkelijk te constateeren. Er kan heel wat gebeurd zijn, vöör een ingrijpen wettelijk mogelijk is.

Een nauwgezet onderzoek van het schooltoezicht is daartoe noodig. Maar daarvoor zal dat schooltoezicht öf technisch goed op de hoogte moeten zijn, öf zich op de hoogte moeten laten stellen. Niet iedere schoolopziener, gemeentelijke inspecteur of lid van eene plaatselijke schoolcommissie is daartoe in staat.

Maar éénmaal geconstateerd, moet er dan ook poenale sanctie aan gegeven worden. Een waarschuwing voor de eerste maal, schorsing met of zonder salaris bij herhaling en ontslag na het uitblijven van correctie zullen niet kunnen vermeden worden.

De wet eischt echter ook van den openbaren onderwijzer, dat hij eerbied betoone voor de godsdienstige begrippen van andersdenkenden. Hij onthoude zich van iets te leeren, te doen of toe te laten wat strijdig is met dien eerbied. En de ouders hebben recht waarborgen te eischen, dat hieraan strikt de hand worde gehouden. Ze hebben op de benoeming van de onderwijzers geen invloed

Sluiten