Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taak; hebben de ouders waarborgen, dat er, al is 't dan ook maar bij benadering en naar de mate der gaven en krachten hunner kinderen, aan voldaan wordt?

Een lastige vraag voor een niet-deskundige, een pijnlijke vraag voor een wei-deskundige.

Hoe heeft de wetgever getracht de verantwoordelijkheid voor de resultaten vast te leggen?

Art. 21 van de wet op het Lager Onderwijs geeft daarop een antwoord.

De regeling van de schooltijden en van de vacantiën, de vaststelling van het leerplan en van de bij het onderwijs te gebruiken boeken en de verdeeling der school in klassen geschieden door het hoofd der school en zoo de regeling voor meerdere scholen gelijkelijk werkt, door de hoofden dier scholen gezamenlijk, onder goedkeuring van burgemeester en wethouders en van den districtsschoolopziener.

Voor zoover papier in aanmerking komt, is er dus een regeling. Het hoofd der school is de man; hij regelt, hij wijzigt, hij stelt vast, hij verdeelt de school en maakt er weer een eenheid van. De taak van burgemeester en wethouders is zeer bescheiden; eveneens die van den districtsschoolopziener; zij nemen geen initiatief; zij keuren goed, wat in de praktijk neerkomt op: zij keuren niet af; zij onderhandelen nog wel, zij geven nog wel eens wenken, zij noodigen nog wel eens uit tot wijziging; maar het hoofd beslist. Is er geschil tusschen het dagelijksch bestuur en den schoolopziener, dan beslist onze Minister. Is er geschil tusschen B. en W. en het hoofd der school dan is er geen hooger beroep, indien de schoolopziener het met B. en W. eens is; het hoofd kan zijn voorstellen intrekken, en er is geen macht ter wereld, die hem dwingen kan een ander voorstel te doen.

Alles draait om dien hoogen functionaris. Hij weet het; hij is deskundige; B. en W. meestal niet.

En de districtsschoolopziener zal licht geneigd zijn de verantwoordelijkheid te laten bij den man, die de uitvoering in zijn hand heeft. Stel, dat het ging, wat zou hier met dwang zijn uit te voeren. Onderwijs geven is zoo'n teere zaak, zoo'n zielsovergave, zoo nauw verbonden met stemming, beginsel en sympathiek milieu, dat dwang zonder innerlijke overtuiging al heel weinig zal uitrichten.

De persoonlijkheid moet het 'm doen en zoo die tegen is, dan komen er geen resultaten.

Sluiten