Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dan nog iets.

Het hoofd kan wel decreteeren, maar de uitvoering berust slechts gedeeltelijk bij hem. Het grootste gedeelte van het leerplan moet in den regel door anderen uitgevoerd worden. Welke rol heeft het overig personeel der school hierbij te vervullen? Ook bij hen beslist weder de persoonlftkheid. Opleggen, zonder innerlijke overtuiging zal bij hen averechtsch effect hebben. Zij kennen hunne klassen het best; zij hebben gelegenheid gehad de gemiddelde draagkracht van hunne leerlingen te meten, zij weten met welke leermiddelen zij het best hun doel kunnen bereiken, waar zij moeten aanvullen, waar weglaten. Zij weten ook, of hun klasse op gemiddeld peil staat; of ze nog weer eens wat moeten herhalen, wat in een vorige klasse niet geheel tot zijn recht is gekomen, wat uit eigén ervaring nog niet geheel het eigendom der leerlingen geworden is. Hen uit te schakelen uit de beslissing over het leerplan zou aan de school groot nadeel kunnen toebrengen; geen hoofd, dat zijn verantwoordelijkheid kent, zal dat dan ook aandurven. En toch moet er eenheid zijn: de deelen moeten in elkander grijpen, als deraderen van een horloge, die zoo geschikt moeten zijn, dat ten slotte de wijzers den rechten tijd aangeven, het uurwerk vóór- noch achtergaat — maar bij is en te allen tijde vertrouwd kan worden in zijn eindresultaat: zoo laat is het.

En nu, is dat alles uiterlijk in overeenstemming, is het dan ook innerlijk? 't Kan zijn — maar het is lang niet zeker. En zoo het dat niet is, waar is dan de corrector, de dwingende macht? Alweer bij het hoofd der school. Maar kan hij inderdaad corrigeerend en desnoods dwingend optreden? In beperkten zin ja, in absoluten zin neen. Is hij ambulant, dan kan hij voor de jongere leerkrachten, door voordoen, bespreking en raadgeving veel doen. De schoolvergadering moet de eenheid aanbrengen, en daar hij leider is van die vergadering, moet hij met alle details van de geheele school op de hoogte zijn. Hoe zal dat kunnen, als het ambulantisme, zelfs in zijn gematigder vorm van gedurende een zeker aantal uren per week vrij zijn, zal zijn verdwenen? Daar gaat I toch naar toe. De methode van democratiseering der school moge in een nog langzaam tempo worden toegepast; toegepast wordt ze zeker en het eindresultaat: alle leerkrachten gelijk — één heeft de administratie — komt in 't zicht. Men moge dat toejuichen of betreuren — men doet ver-

Sluiten