Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat het openbaar onderwijs krachtens het feit van het openbaar zijn, d.w.z. het uitgaan van het openbaar gezag, in zich zelf, zonder aandrang van buiten, superieur zal zijn boven het bijzonder onderwijs, omdat dit bijzonder, d. w. z. niet van het openbaar gezag, maar van het privaat gezag van de ouders uitgaande, is, wordt nu reeds door de feiten achterhaald. Is de opleiding voor Mr. in de rechten aan de Staatsuniversiteiten beter dan aan de Vrije Universiteit; zijn de resultaten van het onderwijs op de openbare gymnasia en hoogere burgerscholen beter dan op de bijzondere? Is het onderwijs op de bijzondere M.U.L.O. scholen inferieur aan dat op de openbare? Bereikt het onderwijs op particuliere ambachtsscholen, muziekscholen, scholen voor kunstnijverheid, voor handelsonderwijs, voor sociaal werk niet de gewenschte hoogte, omdat ze niet rechtstreeks door het Staatsgezag zijn ingesteld, maar in zich zelf,doelbewust zijn?

Is, om bij het lager onderwijs te komen, bij de bijzondere school, die zich onbekrompen en vrij ontwikkelen kan, zooals o. a. de scholen van de schoolvereenigingen, het ontbreken van het cachet van openbare school, gebleken te zijn een rem op de paedagogische ontwikkeling ? Wie zal het durven beweren ? Vele nieuwere ideeën, toegepast op den bouw, op de inrichting, op het leerplan, hebben daar haar toepassing het eerst en het ruimst gevonden. Loop in Amsterdam of in Rotterdam maar eens een van die scholen binnen en ge zult versteld staan van een schoolontwikkeling, als daar is te vinden. Natuurlijk heeft het feit, dat er geld in ruimte disponibel was, daarop zijn grooten invloed gehad; maar ook nog dit: dat men daar voor de doorwerking van de nieuwere ideeën gloeide en er offers voor over had, maakte die scholen tot modelinrichtingen, waar men trotsch op was, waar men naar wees, als men het had over de belangstelling van de ouders in de opvoeding en het onderwijs hunner kinderen. Gedragen te worden door een groote en grootsche gedachte geeft zoo'n geweldige kracht en vindingrijke energie.

En ziedaar nu de geschiedenis van het confessioneel onderwijs, dat zich niet zoo heeft kunnen ontwikkelen, omdat het eerst en 't meest moest ingericht worden voor en door de minderbedeelden, die wel minder hooge materiëele eischen moesten stellen, maar waarbij allen bezield waren door de hoogste en schoonste idealen, eenmaal door Bernard van Clairvaux, in hooge zielsverrukking geuit: God wil het!

Sluiten