Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leerlingen der openbare. Vroeger mag dat anders geweest zijn, thans zijn in doorsnee de leerlingen van de openbare school niet beter dan die van de bijzondere of omgekeerd." Mijne ervaring is dezelfde, en ik heb ruimschoots de gelegenheid gehad dat na te gaan. Het zoogenaamd ontbreken van de waarborgen of het voorkomen van minder waarborgen heeft dus geen fatalen invloed gehad. Wel stem ik toe, en dat zal voor iedereen klaar en duidelijk zijn, dat iedere verhooging van de subsidie het peil van het bijzonder onderwijs heeft doen stijgen, en dat is, dunkt mij de grootste aanklacht tegen hen, die het bijzonder onderwijs steeds hebben willen onthouden, wat het rechtmatig toekwam; hun motief kon nooit ontleend zijn aan eenig onderwijsbelang.

Integendeel, het bestaan van een concurreerend bijzonder onderwijs heeft altijd zegenend gewerkt op het openbaar. Zonder in de overdrijving te vallen van den Heer Matthijssen, die in den Raad van Amsterdam op 6 Nov. 1916 zeide: „Het openbaar enderwijs hier is duur en slecht. B. en W. zien zelf in, dat men algemeen ontevreden is over bet openbaar onderwijs. Wanneer wij niet hier hadden een concurreerend bijzonder onderwijs, zouden er nog veel harder noten gekraakt worden", heb ik in mijn ambtsvervulling steeds kunnen opmerken, dat de oprichting van een bijzondere school, vooral als er goed personeel benoemd werd, stimuleerend werkte op het openbaar onderwijs.

Hoe zou het ook anders kunnen? Stonden de oude schoolgebouwen van het bijzonder onderwijs vaak achter bij de nieuwere van het openbaar, sedert de Koninklijke Besluiten op den bouw en de inrichting van bijzondere scholen, speciaal na die van 25 Juni 1912 Stbl. no. 192 en 193,naderen de bijzondere schoolgebouwen de openbare, zoo zij die in enkele opzichten al niet overtreffen. Thans staat die bouw ongeveer stil, omdat het particulier initiatief niet meer in staat is, om aan bouwkosten bij te passen, wat aan de rijksvergoeding te kort komt; maar in de toekomst zal dat anders worden en zal elke ongelijkheid verdwijnen. Aan de opleiding van de onderwijstere wordt niet minder zorg besteed; het aantal bijzondere kweekscholen overtreft het aantal openbare; de opleiding voor bevoegdheden voor talen en wetenschappen vertoont geen verschillen, dan dat de neiging om door te studeeren bij het bijzonder onderwijs nog altijd iets grooter is; men zie maar eens de lijsten van oud-leerHngen van den Klokkenberg en Zetten; en het vervullen van vacatures bij

Sluiten