Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderwijs uitgaan; dit valt n. 1. niet onder de verplichting van de 20 uren 's weeks. Maar het is waar, deze bepalingen waarborgen nog geen voldoende resultaten van het onderwijs.

Zou er voor het bijzonder onderwijs, afgescheiden van allen dwang, dan geen drang bestaan om goede resultaten te bereiken ?

Met volkomen instemming neem ik hier de woorden over van den Heer Roodhuyzen in „Het Vaderland":

„Wij hebben nooit bijzondere waarde gehecht aan die waarborgen van deugdelijkheid, die men van het gesubsidieerde bijzondere onderwijs eischte, en wel om de eenvoudige redenen, dat genoemd onderwijs ek het allergrootste belang bij heeft en voortdurend meer zal hebben om goed te zijn, en dat daarin voor ons de beste waarborg ligt. De tijd ligt ver achter ons, dat het lager onderwijs een afgesloten geheel vormde, en dat het voor de meerderheid der Nederlandsche kinderen het eenige geestesvoedsel was, dat ze kregen; de lagere school is thans in zoo menig opzicht voorbereidende school geworden.

En dat niet alleen, omdat ze zelfs op het platteland altijd een zeker quantum leerlingen zal hebben op te leiden voor M. O. en M. U. L. O. (en voor gymnasia), vóór dit nog wettelijk geregeld is, maar omdat ze leerlingen heeft af te leveren aan allerlei vakscholen, aan landbouwcursussen, enz.; zoodat ze haar eigen doodvonnis zou teekenen. door niet bij te zijn".

En om nu alweer met tastbare resultaten te komen; het is bekend, dat de uitslag van de M. U. L. O. examens een brevet van bekwaamheid en geschiktheid voor het bijzonder onderwijs uitreikt.

En dat wordt bereikt met de minimum-eischen van de wet, die zoo matig gesteld zijn, dat geen leerling, die alleen op dat program zou zijn voorbereid, zou slagen.

Alweer de persoonlijke toewijding van den man van het vak.

Ik zou nog eens met allen nadruk willen vragen: zijn de voorwaarden van art. 59 minder afdoende waarborgen, dan die men aan het openbaar onderwijs stelt? In de praktijk is er niet van gebleken.

Goed, zegt men, maar welk bezwaar hebt ge er dan tegen uw leerplan door den representant van het openbaar gezag te laten goedkeuren. Is dat dan niet een soort koppigheid, die u blootstelt aan verdenkingen van ontduiking of van minderwaardigheid?

Sluiten