Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De controle over a, b en c is opgedragen aan het Rijksschooltoezicht.

II. De bijzondere schoolopzieners zijn ambtenaren van den Schoolbond. Zij worden door dezen benoemd en ontslagen. Beide, benoeming en ontslag, behoeven de goedkeuring van den Minister. Zij worden gesalarieerd door den Bond; deze ontvangt daarvoor subsidie van het Rijk. Voor de toekenning en berekening van hun pensioen worden zij beschouwd als burgerlijke ambtenaren.

III. Hun taak worde als volgt omschreven:

Zij blijven bekend met den toestand van het lager onderwijs in hun district en bevorderen den bloei er van; doen jaarlijks verslag aan den Schoolbond en aan den Minister. Een afschrift van het verslag aan den Minister wordt door den Schoolbond gezonden aan de(n) schoolopziener^), belast met het toezicht over (de) scholen van hun ressort. Zij waken mede, dat deleerplannen en roosters stipt worden nageleefd; houden toezicht op de opleiding van het onderwijzend personeel vanwege den Schoolbond, waaronder zij ressorteeren, doen aan den Schoolbond voorstellen, die zij in het belang van het onderwijs achten en geven alle inlichtingen, die deze of de Minister verlangen.

IV. Zij hebben een bij de wet vaat te stellen instructie vanwege den Schoolbond, waarin bepalingen zijn opgenomen omtrent hun taak ten opzichte van:

a. De goedkeuring van de leerplannen en de roosters der scholen.

b. De benoeming en het ontslag van het onderwijzend personeel.

c. De regeling van hun toezicht.

V. In verband met het onder a genoemde zou in art. 59 onder 2 moeten worden opgenomen: het leerplan en het rooster vereischen de goedkeuring van den bijzonderen schoolopziener, van zijn beslissing is beroep mogelijk op het Bestuur van den Schoolbond.

VI. In verband met het onder b genoemde gelde het volgende:

De benoeming van hoofd en onderwijzers geschiedt door het Bestuur of door een vergadering van leden der Vereeniging, onder welker bestuur de school staat.

Zij geschiedt uit een voordracht, opgemaakt door twee leden van het Bestuur, door het Bestuur zelf aangewezen, en den bijzonderen schoolopziener; en bij de benoeming van onderwijzers

Sluiten