Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na ingewonnen bericht van het hoofd der>school, waaraan de benoeming geschiedt.

Het ontslag niet op eigen verzoek wordt niet gegeven dan in overleg met den bijzonderen schoolopziener, onverminderd het bepaalde bij art. 59 onder 7.

VII. Voor scholen, niet bij een door de Regeering erkenden Schoolbond aangesloten, treedt het Rijksschooltoezicht in de plaats van het bijzonder schooltoezicht.

VIII. Het is de bedoeling, dat gemiddeld op elke 120 a 160 onderwijzersplaatsen, (dat hangt af van het min of meer geschikt gelegen zijn), een schoolopziener komt.

De tweede wetscommissie van de Vereeniging van Christelijke Onderwijzers heeft zich de oplossing eenvoudiger voorgesteld. In art. 31 van haar ontwerp-van-wet op het lager onderwijs wil ze bepaald zien:

De kosten van instandhouding van bijzondere lagere scholen worden volgens de regelen daaromtrent gesteld in deze wet uit de Rijkskas aan de besturen der scholen vergoed, mits:

1. De school staat onder het bestuur van een instelling of vereeniging, die rechtspersoonlijkheid bezit en de instelling of de vereeniging en het bestuur geldelijk onafhankelijk zijn van het aan de school verbonden personeel.

2. Het leerplan, vastgesteld door het hoofd der school in overleg met het overige personeel, aan den schoolopziener wordt medegedeeld en het onderwijs de vakken omvat, die voor zulk een school of voor zulke klassen als minimum geëischt worden.

3. Dat onderwijs wordt gegeven gedurende ten minste twintig uren per week als gemiddelde in klasse 1 tot 7 en ten minste 22 uren als gemiddelde in klasse 8 tot 10, volgens een aan den schoolopziener medegedeelden en in een der schoolvertrekken op een zichtbare plaats opgehangen rooster van lesuren, waarop tevens de feestdagen en vacantietijden zijn vermeld.

4. Het aantal onderwijzers en onderwijzeressen voldoet aan de eischen aan de Rijksscholen gesteld.

Het toezicht op het lager onderwijs stelt zij zich aldus voor: Oppertoezicht: de Minister van Binnenlandsche Zaken. *) Onder dezen: een Rijksonderwijsraad door den Minister benoemd, bestaande uit 15 leden, waarvan er eenige benoemd worden

*) Thans: Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.

Sluiten