Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar daar zijn er ook, die vooral in de laatste jaren tot groote inkomsten zijn geraakt, die tot de zeer gezeten burgers gerekend moeten worden.

Toch moet men zich op die laatste groep niet blindstaren. En indien b.v. onze vijf-en-twintigduizend Katholiek georganiseerde middenstanders worden gemonsterd, dan zal men stellig tot het resultaat komen, dat de overgroote meerderheid slechts zeer bescheiden bestaansvoorwaarden geniet.

Dit is, op zich zelf genomen, geenszins een onheil. Bescheiden levensvoorwaarden zijn, indien een menschwaardig bestaan verzekerd is, een weldaad voor de samenleving. Het is volstrekt geen noodzaak, dat er maar altijd naar grooter materiëele welvaart wordt gestreefd. De onrust van onzen tijd met zijn zwoegen om hooger gewin behoeft geen levenswet van de maatschappij te worden; en vurig mag men hopen, dat nog eenmaal dat streven tot stilstand komt, en dat het plaats maakt voor een worsteling om hooger geestelijke goederen!

Maar wat wel onheilen voor den Middenstand zijn? Dat het menschwaardig bestaan door zoovelen nog niet werd bereikt. Dat op den ouden dag voor zoovelen geen bij den stand passend bestaan verzekerd is. Dat de pogingen niet ophouden om dien stand als stand te verdringen. Dat een stuwen van onderen op, van de arbeiders, die het menschwaardig lot uit de opbrengst der bedrijven zoo volkomen terecht eischen, de middenstanders in de grootste verlegenheid brengt. Dat nog zoo vaak een moordende concurrentie alle kans op redelijke winst uitsluit.

Om al die onheilen te weren en af te schudden is de Middenstand roerig. Wat wil hij toch?

Hij wil, dat zijn zelfstandig bestaan geëerbiedigd wordt en dat het leven hem een passende welvaart zal opleveren.

De groote vraag is dan: wat moet de Middenstand doen om dien wil te toonen?

Vast staat, dat hij zich organiseeren moet.

Vast staat ook, dat hij zich organiseeren moet in stands- en vakorganisatie. Het zou tijd verspillen zijn, indien men die beide stellingen nog nader ging bewijzen. Zonder organisatie-grondslag, en wel dien tweevoudigen, kan er van het geëerbiedigd worden van den Middenstand en van een passende welvaart geen sprake zijn.

Sluiten