Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vak-organisatie-kracht dan op de kracht van de vlammendeprotesten! Zoo is immers nog volstrekt niet bewezen, dat het winkel-grootbedrijf, en daaronder het warenhuis, op den duur goedkooper leveren kan dan de middenstand. Aan de oplossing van het vraagstuk der stijgenden kosten bij stijgenden omvang van het bedrijf, het vraagstuk dus: of, bij toeneming van den omvang van het bedrijf, en toenemenden omvang dus van den omzet, door de stijging der kosten de voordeelen van het in massa inkoopen niet worden te niet gedaan ■— aan de oplossing van dit vraagstuk is, aan de hand van feitelijke gegevens, nog zoo weinig gedaan. Het zal over eenigen tijd misschien zeer de vraag zijn, of het warenhuis-systeem de moeite loont, of het groot-kapitaal niet een veel betere bestemming kan vinden dan het groot-winkelbedrijf. Of althans een aantal artikelen nog wel met voordeel in de warenhuizen kan worden verkocht. Veel zal daarbij van de organisatie van den middenstand afhangen.

En hangt het ook niet zeer veel af van de organisatie van den winkelstand, van geheel zijn optreden als distribuent, of de verbruikscoöperatie nog wel de moeite loont, of de gemeente wel redelijk doet voort te gaan met het exploiteeren van gemeentewinkels?

Men denkt thans algemeen aan de coöperatie door den middenstand als middel tot kostenverlaging. En oogenschijnlijk is dit het middel, dat de middenstand heeft om met de prijspolitiek van zijn vakbeweging te bereiken een passende welvaart en toch prijzen, die met de warenhuizen en de coöperatieve winkelvereenigingen concurreeren. Coöperatief verzekeren, coöperatief inkoopen. Ik acht dit vraagstuk zóó gewichtig, dat ik daaraan aanstonds een afzonderlijke beschouwing wensch te wijden. Voorloopig noteer ik het middel van coöperatie als middel bij de prijspolitiek van den winkelier-middenstander.

Maar eerst wil ik twee middelen bespreken in de prijspolitiek van den middenstand, die m. i. de zeer bruikbare zijn om den winkelier een passend bestaan te geven, terwijl de prijzen toch met de warenhuizen en coöperatieve winkelvereenigingen kunnen concurreeren.

Het gemis aan passend bestaan van den winkelier spruit ook voort uit twee oorzaken, die ik noemde onder de gevaren, die hem bedreigen. Gemis aan voldoenden omzet en een te laag winstper-

Sluiten