Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

winkelstand zich helpen door te trachten de fabrikanten en in ieder geval de grossiers overbodig te maken? Of zal hij trachten op de been te komen met de hulp van die groepen en derhalve die groepen eerbiedigen ?

Voor dat ik nu deze gewichtige kwestie nader ga bezien, wil ik mijn beschouwing over de prijspolitiek van den winkelstand door samenwerking met andere groepen volledig maken en even wijzen op de samenwerking tusschen arbeiders en winkeliers.

Ik zie hierbij niet op de eerste plaats de rechtstreeksche samenwerking tusschen de winkeliers en hun winkel-, kantoor- en looppersoneel. Al verwacht ik in de naaste toekomst, dank zij den R.K. Centralen Raad van Bedrijven, veel collectieve arbeidsovereenkomsten, in het winkelbedrijf; dat die collectieve arbeidsoverkomsten, zooals in zoovele industrie-bedrijven, spoedig dienstbaar zullen worden aan de prijspolitiek, geloof ik niet. Daarvoor is het winkel- en kantoorpersoneel nog te weinig in afgesloten groepen verdeeld, nog te weinig ook „geschoolde arbeid".

Maar wel meen ik, dat er een krachtige samenwerking mogelijk is tusschen de gezamenlijke katholieke en christelijke Stands- en Vakorganisatie der arbeiders en de gezamenlijke katholieke en christelijke Stands- en Vakorganisatie van den middenstand-winkelstand. In ruil voor de collectieve arbeidsovereenkomst zullen de genoemde werknemers-groepen den middenstand stellig willen steunen, daarbij echter ongetwijfeld bedingend medezeggenschap in de middenstandsprijspolitiek. De werknemers zullen de overtuiging willen krijgen, dat die prijspolitiek het passend bestaan oplevert. Kan die overtuiging hun worden bijgebracht, dan zal er, gegeven ook hun beginsel van solidariteit tusschen de standen en klassen, geen enkel bezwaar bestaan om een krachtigen middenstand op de been te brengen en te houden.

III.

En nu dus de coöperatie door den winkelstand als middel tot kostenverlaging, als middel om gelijk te komen met de warenhuizen, de filiaalhouders en de verbruiksvereenigingen.

Het is mij zeer goed bekend, welk een krachtig middel b.v. de coöperatieve Inkoopvereeniging feitelijk reeds is. Ik weet, dat zeer veel winkeliers daaraan grooten dank verschuldigd zijn, en dat zij zonder dat middel misschien reeds lang van het middenstands-terrein

Sluiten