Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

concurrentie met den winkelstand, van de levering aan de coöperatieve verbruiksvereenigingen; hij zal met een loonend rabat voor den winkelier voor den dag moeten komen. In ruil daarvoor zal zijn positie worden geëerbiedigd.

Ik sta nu maar niet lang stil bij coöperatieve fabrieken, de coöperatieve meelfabrieken b.v. voor de bakkerspatroons. Ook tusschen de meelfabrikanten en de bakkers zijn zeer bevredigende regelingen mogelijk, waardoor de bakker bakker blijft, maar dan op betere conditie dan voorheen het geval was.

Het zal worden — in een Middenstands-praeadvies is wel plaats voor dit spreekwoord — „schoenmaker houd je bij je leest". Maar bij die leest moet het passend bestaan verzekerd zijn.

De gedachte zal baanbreken, dank zij het opnieuw tot organisatie komen van onze maatschappij, dat elke productieve en distributieve functie in het algemeen de volle toewijding van één ondernemer eischt. Dat de doorsnêe-mensch maar kan worden bekwaamd tot de uitoefening van één functie in het productie- en distributieproces. In de toekomst zal niet kunnen worden geduld, dat de winkelier diletteert in het grossiersvak, de winkelier en de grossier in het fabrikantenvak, de boer en de fabrikant en de willekeurige afnemer in de grootere en kleinere distributie. Aan allen moet de vaste plaats worden gegeven, zoodra de maatschappij door volledige organisatie der producentengroepen daarvoor rijp is; die vaste plaats moet een behoorlijk bestaan opleveren.

IV.

De middenstander-industriëel heeft ook met gevaren te kampen, zoo goed als zijn broeder de middenstander-winkelier. Toch schijnen zij mij beduidend minder ernstig, en stellig minder moeilijk te bestrijden, dan de gevaren voor welke de winkelier zich geplaatst ziet. De klein-industriëel heeft — zoo menig bedrijf leert het! — in verband met zijn omzet dikwijls öiet minder het bestaan dan de groot-fabrikant. Het persoonlijk contact van den klein-ondernemer met zijn clientèle bezorgt hem dikwijls voortreffelijke afnemers, waardoor hij zelfs geneigd wordt zijn zaak klein te houden. Het onmiddellijk verkeer met zijn weinige werklieden doet dikwijls door dezen een praestatie bereiken, die de groot-industriëel mag benijden.

Met verbruiks-coöperatie heeft de middenstands-industrie weinig te maken; misschien deert hem in dezen tijd het een of ander

Sluiten