Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mooi piano kunnen spelen , maar, zien op tegen geregeld studeeren en oefenen. Een kind, dat bezig is, waarmee dan ook, is bezig zich zelf te vormen.

Óp den mensen zelf komt het aan, wat hij later in het volle leven zal ervaren, ieder is de smid van zijn eigen fortuin. Zoo doet de opvoeder goed, wanneer hij het jonge kind reeds vroeg leert, dat het op hem zelf aankomt, dat hij meer van zich zelf, dan van anderen moet verwachten.

Zoo doet men dus goed het kind in zijn vrije uren zooveel mogelijk te laten doen wat het wil, men ontzie zooveel mogelijk zijn neigingen, wenschen en verlangens. Natuurlijk mag een oudere wel eene aanwijzing geven, maar groote waarde zit in het zelf zoeken en zelf vinden.

Uitgaande van dit beginsel, is het duidelijk, dat alle idee van uniformiteit dus vreemd is aan het huiselijk leven in de Stichting. Dat in het afwijzen van uniformiteit en in het ontzien van het persoonlijke in ieder individu veel moeilijks zit, behoeft nauwelijks te worden betoogd.

Bij het «alles over één kam scheren» behoeft niet te worden gedacht aan dertig belangen, maar neemt men een systeem aan en voert dit door.

Oogenschijnlijk zou er in sommige gevallen wel iets voor te zeggen zijn, daar men dan zou ontkomen aan den schijn van bevoorrechting. Iets mag of mag niet, er behoeft niet over te worden gesproken.

Bij nadenken gevoelt men natuurlijk direct het onbillijke van dit militair regime. Men neemt een norm aan en richt zich naar den eenmaal aangenomen norm. Hoe nu met den pupil, die dezen norm niet weet te bereiken, en wat te doen met hem, die den aangenomen norm ver achter zich laat en er ver boven uit steekt? Moet een handige jongen van veertien jaar, die in dè tweede klasse H. B. S. zit, juist zoo behandeld worden als een minder bevoorrechte, die wel iets ouder is, maar nog steeds een plaats in de hoogste klasse der lagere school inneemt ?

Ze hebben beiden recht op dezelfde liefde, op dezelfde belangstelling en dezelfde toewijding, — dat spreekt vanzelf, — maar is het ook in beider belang wanneer ze op dezelfde wijze worden behandeld ?

Ziehier een der grootste moeilijkheden in de opvoeding in een groot gezin. Er is maar één middel om de nadeelen ervan te ondervangen, en dat is het versterken van het algemeen vertrouwen, dat de Stichting het eerlijk meent met alle internen, dat bij krachtige inspanning de waardeering van die inspanning daaraan evenredig is, ongeacht de resultaten die worden bereikt.

En daarvoor is noodig een flinke dosis idealisme, daarvoor is noodig dat het geheel gedragen wordt door de idee, dat de waarde van de menschen niet zit in uiterlijke dingen, maar bepaald wordt door innerlijke eigenschappen.

En wanneer daar een jongen of meisje geprezen wordt omdat er blijk wordt gegeven van een goed karakter, dan geeft het den zwakken broeder moed en het geheel kracht.

En wanneer een zwakken broeder iets wordt geweigerd, wat den meer vluggen werd toegestaan, b.v. verlof om tijd te besteden aan een of andere liefhebberij, dan is het niet aangenaam, soms is het zelfs pijnlijk te moeten weigeren, maar de ijzeren wet dér noodzakelijkheid liet niet anders toe.

Sluiten