Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontstaan — zoodat het vooral voor hen niet moeilijk moet zijn den Louisiaanschen geest te- begrijpen, omdat de groote Broederschap ook op onze Vereeniging haar stempel heeft gedrukt.

Die Louisiaansche geest manifesteert zich het krachtigst in de Vereeniging van Oud-Pupillen der Louisa-Stichting, — geen beter middel dus om U dien geest te doen beseffen, dan door TJ te verhalen van onze Vereeniging, die wel eens de kroon op het werk der Louisa-Stichting is genoemd.

*

Reeds toen wij nog in de Louisa-Stichting onze opvoeding genoten, en de Vereeniging van Oud-pupillen nog niet was opgericht, waren wij het er allen over eens; het was een axioma waaraan niet getornd kon worden.

En wanneer wij «ouderen» onder de Louisianen, wij met onze 17 a 18 jaren, de tijd voelden naderen waarop wij de Stichting zouden gaan verlaten, en wij dan eens ernstig onze toekomst-plannen bespraken, dan bleek, — hoe onze richtingen en aspiratie's ook uiteen liepen — er toch altijd dat ééne ding te zijn waaromtrent bij ons allen groote eenstemmigheid heerschte: Wanneer wij eenmaal de Stichting verlaten hadden mochten wij elkander niet uit het oog verliezen, wij moesten van elkaar blijven hooren, en wij zouden meeleven met elkander's wel en wee, zooals wij tot nog toe, wij kinderen van dat eene Louisiaansche gezin, ons lief en leed gedeeld hadden.

Daar waren wij het allen over eens; dat stond bij ons vast; daaraan kon niet worden getornd.

Dan eindelijk was het groote oogenblik aangebroken, waarop wij de Stichting gingen verlaten.

- Er werd afscheid genomen van onze broers en zusters, met wie wij zooveel jaren hadden samengewoond, en met wie wij te samen waren opgegroeid. Hartelijk werden de handen geschud, goede wenschen werden ons meegegeven, en dan traden wij het rustige witte gebouw uit, dat zoo langen tijd ons «thuis» was geweest.

Nog wat gewuif van handen, en dan viel daar achter ons de groote deur in het slot, en wij stonden een nieuw leven te beginnen ....

* *

Wat bracht dat nieuwe leven ons, en hoe ging het met onze goede voornemens uit de Stichtingsjaren ?

Dat nieuwe leven bleek al spoedig heel wat anders met zich te brengen dan wij hadden verwacht, dan wij hadden gehoopt. De harde werkelijkheid stelde haar eischen, — wij moesten den strijd strijden die jonge menschen wacht, en die des te feller is naarmate men financieel zwakker staat.

Wel was het toen ons een geruststelling te weten, dat de Louisa-Stichting nog

Sluiten