Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAQONNIEKE SCHEURKALENDER

p||i^^|jg||M duidelijk Ie maken welke roeping de scheurkalender te vervullen |P^!l heeft, is het noodig eenige woorden over "de Vrijmetselarij te zeggen. B Deze wil een cultuur-middel in de wereld zijn; zij wil het mensch-

dom opheffen tot een hooger standpunt, het zooveel mogelijk los^s^> maken van de stof om het naar meer ideale zaken te doen streven. Zij wil kennis verspreiden, de zedenleer verbeteren en ze meer in toepassing doen brengen, zij wil in den mensch zijn verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de menschheid doen geboren worden of versterken, het solidariteitsgevoel in de maatschappij ingang doen vinden, eenheid bevorderen, de menschenliefde doen ontstaan of ontwikkelen.

Natuurlijk zoekt de vrijmetselarij naar middelen om dat veelzijdig doel te bereiken. Ook de geringste worden met ingenomenheid aangegrepen, omdat kleine oorzaken wel eens groote gevolgen hebben.

Toen wijlen de Heer M. T. H. Perelaer, den ióen April 1890 in de Loge Hirarn Abiff te 's Gravenhage het voorstel deed om een Magonnieken Scheurkalender uit te geven, begrepen de aanwezige leden dadelijk dat hier een middel gevonden was om invloed uit te oefenen op de maatschappij, het ideaal van eiken weidenkenden mensch. Zij begrepen dat niet-vrijmetselaren daardoor ongemerkt zouden kunnen worden opgevoerd tot maconnieke idealen, betere menschen zouden worden dan zij vroeger waren.

De eerste commissie voor den kalender bestond uit genoemden heer Peeelaer en de heeren A. L. Schmidt Jr. en J. Maurer thans allen overleden, mannen waartegen ik opzie. Voor de tegenwoordige commissie is het werk gemakkelijk, in vergelijking van den arbeid, dien zij te doen hadden. Voor hen was het een nieuwen weg banen, voor ons op den gebaanden weg voortgaan. Toen wij geroepen werden het werk te doen, had de kalender zich al een baan gebroken in Nederland en zijn Koloniën. Ik, als redacteur der spreuken, had maar te zorgen dat de wagen in het goede spoor bleef en den kalender te zuiveren van kleine gebreken: anticlericale uitingen, spreuken in vreemde talen, enz.

Ik liet de groote denkers van het Oosten en het Westen aan het woord, de wijsgeeren, humanisten, de groote ingewijden van alle volken en ook vooral de vele Vrijmetselaren, die eeuwen lang, hun wijsheid hadden verkondigd.

De kortste spreuken acht ik de beste: veel zeggen in weinig woorden was altijd mijn streven. Ik zocht vooral naar korte gezegden, als het ware, geschikt om in marmer te worden gehouwen, zooals de latijnsche auteurs ze gaven en die bij de Nederlandsche schrijvers zoo moeilijk te vinden zijn. Een man van smaak gebruikt geen twintig woorden wanneer hij hetzelfde even goed en sierlijk in vijftien

Sluiten