Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen kan. Dit is, m.i., een der grondstellingen, waarvan de redacteur van den kalender moet uitgaan. Overbodige woorden verwateren een uitdrukking en maken ze onduidelijk.

Over den inhoud van den kalender heb ik zelden aanmerkingen hooren maken: hier en daar slechts een stem, die zich geen rekenschap wist te geven van de bedoeling, waarmede sommige spreuken gegeven werden.

Des te minder heett de critiek het schild van den kalender gespaard. Het schild is geen bijzaak omdat het noodig is om een goed geheel te vormen. De commissie weet, beter dan anderen, hoe moeilijk het is goede ontwerpen te krijgen en de leek, die het niet weet, is wel eens onverstandig in zijn oordeel. Het lid der commissie, aan wien de zorg voor het schild is opgedragen, heeft een moeilijke taak, die thans met toewijding wordt verricht. Overigens is het onmogelijk iedereen op dit punt te bevredigen. Wat is mooi en wat niet ? M. i. moet het schild eenvoudig zijn, niet te groot en vooral niet banaal. Aan deze klippen is, naar het oordeel der commissie, de vervaardiger van het schild voor de jaren 1918, 1919 en 1920 ontzeild; het vormt een smaakvol, harmonisch geheel. De Loge Hiram Abiff heeft thans een prijsvraag uil geschreven voor het schild der volgende jaren.

Ten slotte een woord over de geldelijke opbrengst van den kalender, welke komt ten bate der Louisa-Stichting. Tot op zekere hoogte een bijzaak, maar omdat de zorg der weezen veel geld vordert, toch ook weer een zaak van groot gewicht.

Van de jaren 1891 tot 1918, was het laagste saldo dat van het jaar 1897 zijnde ƒ 610.88, het hoogste dat van 1918 zijnde ƒ 2150.— Het gezamenlijk bedrag, aan de stichting afgedragen, was ƒ 38.515.275. De oplaag voor den eersten jaargang was 2000 exemplaren, voor den laatsten 3800 en 350 in boekvorm. De kosten van den eersten jaargang bedroegen ƒ 700.—, die van den laatsten ƒ 2100.—.

De hoofd-verschaffer van het saldo is zeker wel de Secretaris-Penningmeester der , ö Commissie. De twee titularissen, met wie ik samenwerkte, heb ik altijd bewonderd. Mijn werk, als redacteur, eenmaal afgegaan en de drukproeven gecorrigeerd zijnde, heb ik eenige maanden vóór mij, gedurende welke ik aan den kalender niet anders, behoef te denken dan om hier en daar spreuken te verzamelen. Maar het werk van den Secretaris-Penningmeester is nooit klaar. Het geheele jaar door heeft hij brieven te schrijven, gelden te ontvangen en uit te geven, bezuinigingen te beramen, waardoor de opbrengst grooter zal worden. Dit alles doet de Secretaris-Penningmeester ter wille der goede zaak, welke hij belangloos dient; en hij doet het met liefde. Dat de Commissie steeds mannen bezitten moge bereid tot het doen van dit nuttig werk, op de wijze waarop dit thans geschiedt.

M. REEPMAKER.

De Commissie bestaat thans uit de Heeren M. Reepmaker, Voorzitter, W. F. R. Anemaat, Secretaris-Penningmeester en S. Bakker.

Sluiten