Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijne gemalin, die tot haar leedwezen verhinderd was aanwezig te zijn, Zijne beste wenschen uit voor den bloei en het welzijn der Stichting.

De Heer Gevers Deynoot, burgemeester der Gemeente, verzekerde, dat het Gemeentebestuur trotsch was op het verrijzen van deze instelling in de Residentie en dat het steeds bereid gevonden zou worden hulp en bijstand te verkenen, wanneer dit noodig mocht zijn.

Alle aanwezigen teekenden vervolgens eene oorkonde, die tot op dezen dag de bestuurskamer der Stichting versiert.

Hiermede was eene plechtigheid afgeloopen, die eenvoudig maar indrukwekkend was.

Reeds den eersten dag van haar bestaan was het de Stichting gegeven te kunnen toonen, dat zij in de toekomst veel zegenrijks zou kunnen doen. Het zusje van een der opgenomen jongens kon niet aanwezig zijn, omdat ze thuis zat bij hare stervende moeder. Wat moet voor deze vrouw de doodstrijd verlicht zijn door de wetenschap, dat de kinderen bij haar heengaan achter bleven onder de bescherming der Stichting. Behoeft nog te worden gezegd, dat deze instelling voorzag in eene bestaande behoefte? Deze kinderen der weduwe vroegen niet vergeefs om hulp en steun.

Langzamerhand begon dan ook de sympathie voor de Stichting levendig te worden en ondervond zij onverdeelden bijval en krachtdadigen steun. Te Deventer Vormde zich een damescomité tot het houden van eene verloting, met subcomité's te Vlissingen en te Utrecht. De opofferingen van tijd en moeite van deze dames werden met dit gevolg gekroond, dat zij een bedrag van ƒ2832,50 aan den Thesaurier der Stichting ter hand konden stellen.

De vijf Amsterdamsche Loges hielden eene verloting, die ƒ2505,87 opbracht, de Voorzitter der Loge te Dordrecht, de Heer A. J. Schouten richtte een loterij op die ruim ƒ 500 opbracht. In verschillende plaatsen werden concerten gegeven, waarvan de opbrengst was ten bate der Stichting. Onder de bijzondere giften mag niet onvermeld blijven een som van ƒ5000, geschonken op den dag der inwijding door den Grootmeester, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan Van de afdeeling van den Meestergraad.

De Loge «De Ster in het Oosten» besloot haar Loefton-Fonds, ten behoeve van kinderen van Vrijmetselaren, groot ƒ3071,07 over te dragen aan de Louisa-Stichting.

Bij de inwijding had een der Broeders eene som gegeven van ƒ 500, later kwamen meerdere belangrijke giften in.

Op deze wijze kwam er reeds het eerste jaar een fonds bijeen, dat ingeschreven werd op de Grootboeken der Nationale Schuld.

Het College van Regenten, getroffen door zooveel medewerking, betuigde bij rondschrijven van 12 Juni 1869, zijn hartelijken dank aan al diegenen, die op daadwerkelijke wijze van hunne sympathie hadden doen blijken.

Er was reden tot dankbaarheid. De Stichting ontbrak het in de eerste jaren van haar bestaan niet aan krachtigen steun. Was men begonnen met zeven kinderen, reeds het tweede jaar van haar bestaan werd dit getal gebracht op tien, en het

Sluiten