Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herhalen: «En neemt de Stichting in oogenschouw, onderzoekt en stelt U op de «hoogte, hoe de kinderen die daar verpleegd worden, worden opgevoed en onderewezen, en we houden ons overtuigd, dat Uwe giften ons in de ruimste mate «zullen toevloeien.»

In 1881 trof de Stichting een groote slag, door den dood van haren Beschermheer. Met weemoed wordt in het verslag daarvan melding gemaakt. Het is hier niet de plaats om na te gaan wat deze Broeder al deed voor den bloei en het welzijn der Orde. Men behoeft echter geen Vrijmetselaar te zijn om dezen telg van het Huis van Oranje te kunnen eerenen liefhebben.. Dr. J. ten Brink zegt: «Te beschrijven wat hij in de laatste vijftig jaren voor zijn Huis en zijn Vaderland geweest is, zal. wel aan niemand gegeven worden. Het Nederlandsche volk eerde hem als een rechtschapen vorst, wiens daden in het openbaar en in het bijzonder leven den stempel droegen dier merkwaardige woorden, tot zijnen broeder, den Prins van Oranje, gesproken tijdens den slag bij Leuven: «Ehrlich wahrt am langsten!» Met dit woord kan het vier en tachtig-jarig leven van Prins Frederik worden geschilderd. Geen volksbelang, geen edel plan, geen persoonlijke verdienste in wetenschap of kunst, die niet door hem werd gesteund en beschermd. Hij was een vijand van geruchtmakende eerbetuigingen en daarom zal men wel nimmer weten, wat hij in stilte deed voor ongelukkigen en zwaar beproefden. Dat zijn doorluchtig voorbeeld niet tevergeefs tot ons spreke! Dat zijn vlekkeloos leven ons beziele tot daden in zijnen geest, dan zullen we niet hebben te blozen, wanneer de Muze der historie ons herinnert aan

PRINS FREDERIK DER NEDERLANDEN.»

Zijn naam zal voort blijven leven in onze Orde, voor altoos zullen namen van Prins Frederik en Zijne Doorluchtige Gemalin H. K. H. Prinses Louisa in de Louisa-Stichting met dankbare herinnering worden genoemd,

In 1883 werden door de Gemeente 's-Gravenhage onderhandelingen aangeknoopt met het Bestuur der Stichting over den verkoop van een groot gedeelte van den tuin, dat de gemeente behoefde tot het doortrekken van de tegenwoordige Prinsestraat. Het College nam geen genoegen met het bod door de gemeente gedaan, en besloot na ingewonnen advies een rechterlijke uitspraak af te wachten.

Tijdens deze onderhandelingen stelde de Loge «La Vertu» te Leiden aan het Hoofdbestuur voor: «een nauwkeurig onderzoek in te stellen naar de wenschelijkheid van het verplaatsen der Stichting naar een andere stad, met het verzoek hierover rapport uit te brengen op het a. s. Groot-Oosten.

Het Hoofdbestuur stelde dit verzoek in handen van het College van Regenten, en verwees later in zijn antwoord naar eene circulaire van het College. Hierin werd in de eerste plaats gewezen op de acte van schenking van het gebouw van Prins Frederik , die verklaarde de schenking te doen, ten einde het vaste goed hetwelk daarvan het onderwerp uitmaakt, te doen dienen tot blijvende vestiging van het opvoedingsgesticht voor nagelaten kinderen van minvermogende Vrijmetselaren,,

Sluiten