Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene verplaatsing in alle gevallen zeer deugdelijke gronden zouden moeten aangegeven zijn, en deze bestaan volgens de overtuiging- der Commissie niet. Met zes tegen ééne stem werd dan ook besloten, het Groot-Oosten aan te raden, dat de Stichting te 's-Gravenhage gevestigd blijve. Het voorstel van «La Vertu» werd op het Groot-Oosten van 1886 afgestemd.

Inmiddels had de Gemeente een definitief bod gedaan voor een stuk van den tuin, groot 6 aren en 80 centiaren, ten behoeve van de doortrekking van de Prinsestraat, van / 30000. Hoewel dit volgens deskundigen ongeveer de waarde was van den grond, meende toch de rechtskundige adviseur, dat de Gemeente ook gehouden was het verlies te vergoeden, daarin bestaande dat het gebouw veel van zijn doelmatigheid had verloren, want niet alleen dat de tuin voor het doel niet meer geschikt was, maar ook het ziekenhuis zou geheel moeten vervallen.

Den 27sten Januari deed de Arrondissements-rechtbank uitspraak en veroordeelde de gemeente tot het geven van eene vergoeding van ƒ32643,20, behalve het betalen van de kosten van het proces.

Het driehoekig stukje grond aan de overzijde van de aan te leggen straat werd nu verkocht voor ƒ5500, terwijl het gebouw met den overgebleven tuin aan enkele bouwondernemers werd verkocht voor ƒ60000.

Het College van Regenten had dus na verkoop van het gebouw in de Nobelstraat te beschikken over een kapitaal van ƒ 98000 en kon daardoor zijnen wensch verwezenlijken, een opzettelijk voor hun doel ingericht gebouw te bezitten. (Bulletin 1886, bladz. 70.)

Na gehouden besprekingen hechtte het Hoofdbestuur zijn goedkeuring aan het besluit der Regenten, eene prijsvraag uit te schrijven, nadat eerst de eischen, die men aan eene nieuwe inrichting moest stellen, waren bepaald.

Om alle deskundigen in de Loges in de gelegenheid te stellen mede te dingen of hun oordeel er over uit te spreken, zonden Regenten deze prijsvraag met alle nadere inlichtingen aan alle Loges.

Mededeeling werd gedaan, dat de jury van beoordeeüng zou bestaan uit de Heeren J." H. Kromhout, generaal-majoor, inspecteur van de Genie en L. H. Eberson en J. C. van Wijk, architecten te Arnhem en te Rotterdam. (Mag. Weekblad 20 Dec. 1886.)

In alle Loges werd deze prijsvraag besproken, terwijl de behandeling ervan voor velen een reden was tot het rondzenden van eene circulaire, waarin de bezwaren tegen de plannen van Regenten werden uiteengezet, en voorstellen werden gedaan tot wijziging.

Bij rondschrijven van 12 Maart 1887 gaven Regenten een algemeen antwoord op de circulaire van deze Loges.

De voornaamste griet was wel, dat men het plan voor 32 kinderen te klein vond, men noemde die ruimte «veel te eng», het getal «te gering». Men wenschte een «veel grooter getal» en sprak zelfs van 2 x 32 pleegkinderen, ja wenschte zelfs eene inrichting voor 75 weezen.

Veel was hier niet op te antwoorden, daar de Statuten, goedgekeurd op het

Sluiten