Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Directeur gaarne' in zijne betrekking wilden handhaven, benoemden zij Mejuffrouw J. B. Dammerman tot Directrice der Stichting. Met veel ijver en toewijding kweet zij zich van hare taak, en beantwoordde daardoor ten volle aan de goede verwachtingen, die het Bestuur van haar koesterde.

De Heer Rijkmans, meenende dat een langer verblijf in de Stichting voor zijne Echtgenoote niet wenschelijk was, diende om die reden bij het College van Regenten zijn ontslag in, dat Regenten, die de redenen billijkten, hem verleenden onder dankzegging voor alles wat hij voor de Stichting gedaan had.

Tijdelijk stond nu Mejuffrouw Dammerman, aan het hoofd der Stichting. Met hoeveel tact zij zich ook van haren taak kweet, toch meenden Regenten dien toestand niet lang te moeten laten voortduren en benoemden in April 1905 den Heer G. Bos Hzn. tot Directeur, die nog aan het hoofd der Stichting staat.

Hoe doelmatig ook in den aanvang ingericht, toch bleek in den loop der jaren, dat enkele wijzigingen in de bestemming der lokalen noodzakelijk waren.

Het gymnastieklokaal werd ingericht tot een prettige gezellige huiskamer, de kamer voor huisvlijt werd kinderkamer, een mooi werklokaal werd op den zolder afgeschoten, de Regentenkamer werd kamer van den Directeur en door een deur met de aangrenzende jongenskamer verbonden.

Een der kamers aan de voorzijde van het gebouw werd ingericht tot Regentenkamer.

Door het aanbrengen van eene centrale verwarming (stoom), later veranderd in eene warmwaterverwarming, is het temperatuurverschil tusschen de verschillende lokalen en de gangen, niet zoo grbot meer als voorheen wat aan den algemeenen gezondheidstoestand ten goede is gekomen.

Het geheele gebouw, thans ook voorzien van electrisch licht, ziet er nu recht huiselijk uit. De samenleving in onze opvoedingsinrichting komt het samenleven in een groot gezin zéér nabij.

Met ingang van 1 Maart 1907 had Mejuffrouw Dammerman ontslag gevraagd als Directrice. Met ingang van dien datum trad Mevrouw A. C. Bos—Sachs als Directrice op. Daardoor kreeg men den ouden toestand weer terug, dat Directeur en Directrice gehuwd waren, en kwam men weer eene schrede nader tot het doel der Stichting, het vormen van een groot gezin.

Steeds er op bedacht om den band tusschen de Loges en de Louisa-Stichting te versterken, richtten de Regenten in het najaar van 1906 een schrijven tot de werkplaatsen in Nederland en in Oost- en West-Indië, met verzoek een harer Leden aan te willen wijzen als Correspondent der Stichting, die dan belast zou zijn hare belangen in de Loge, meer in het bijzonder te behartigen.

Dit schrijven werd met groot succes bekroond. Bijna in iedere Loge, verklaarde een der Leden zich bereid, die taak op zich te nemen.

Den 23 Februari 1908 had in het gebouw der Stichting eene vergadering plaats

Sluiten