Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(UITTREKSEL UIT DE NOTULEN EENER LOGE IN 1969)

J|^^^^^)1KRNA bracht de Br.-, redenaar verslag uit van de feestelijke herdenyil||§Éiy king van het 100-jarig bestaan der Louisa-Stichting, bij welke plechSl^^SlN ''gheid hij als afgevaardigde der Loge tegenwoordig was geweest. ÏB(IÉɧMPi *""et 'eesli te den Haag in het nieuwe Logegebouw gehouden, werd ^m*~/&~-^^) bijgewoond door de vertegenwoordigers van ongeveer 300 Nederl. en Nederl. Indische Loges, en door den H.\ E.\ W.-. met een enkel woord geopend, waarna alle aanwezigen geestdriftig het oude, bekende Ordelied aanhieven.

De Br.-, feestredenaar nam toen plaats bij den gebroken kolom, en gaf den aanwezigen een historisch overzicht van de Louisa-Stichting, waaruit spr.-. het volgende resumeert.

Opgericht in den jare 1869, toen de toenmalige Grootmeester Prins Frederik een gebouw voor dit doel beschikbaar stelde, en met gelden welke bijeengebracht waren voor die Broeders, die door de buskruitdamp te Leiden verliezen geleden zouden hebben, waarna bleek dat geen der Leidsche broeders eenig nadeel had ondervonden, was de L.\ S.\ begonnen met de verzorging op zich te nemen van 7 weezen van overleden Broeders, welk getal zich regelmatig had uitgebreid, ook zelfs nadat het oude Gebouw op het Alexanderplein waar de 50-jarige herdenking had plaats gevonden, en waarin voor 30 weezen plaats was, vol geworden was, zoodat op dit oogenblik 217 weezen en halfweezen door de L.-. S.\ opgevoed en verzorgd werden.

Tot ongeveer 1922 hadden Regenten zich houdende aan de Statuten, slechts kinderen opgenomen van 6—14 jaar welke(/pupillen verzorgd werden tot hun 18e jaar. Gelukkig had de Broederschap, ongeveer in dat tijdperk ingezien, dat de poorten wijder moesten worden opengezet, en had men de leeftijdsgrens naar beneden verlegd tot 2, naar boven tot 21, later tot 23 jaar.

Men begreep, dat op hun 18e jaar de meeste verpleegden nog niet maatschappijrijp waren. Wel werden sommigen ook reeds vroeger, bij hun studie wat geholpen door een fonds voor oud pupillen, maar feitelijk waren zij door de L.\ S.\ ontslagen en stonden zij ook niet meer onder haar toezicht. Na de revolutiedagen van 1920, werden de poorten door Regenten zooals gezegd wijder geopend, en had de wenschelijke, ja, noodige uitbreiding plaats, een uitbreiding, jarenlang tegenhouden door de spreekwoordelijke zuinigheid der Hollandsche Broeders.

De verplichte bijdrage, die voor iederen bij een Loge aangesloten Broeder, in 1919 nog geen halve cent per week bedroeg, werd verhoogd tot tien cents per week, en verder ontving de L.\ S.\ veel legaten en giften van die Broeders, die gelukkig begrepen, dat geld verwerven: Kracht, geld goed bewaren: Wijsheid, maar geld goed uitgeven: Schoonheid is. Maar toch deden Regenten wat hun dacht dat Mac.-, plicht was, en nam men bijv: in April 1919 op één avond de verzorging van zes jongens op zich, hoewel er eigenlijk geen geld voor was, gedachtig aan

EEN TOEKOMSTDROOM

Sluiten