Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mattende eentonigheid klinkt het uit den sociaal-democratischen mond: „dat moet de gemeente doen." De begeerte bestaat om het gemeentebestuur de ontwikkeling van, den burger van de wieg tot het graf te doen leiden.

Toen in de takiek der hede'ndaagsche sociaal-democratie het revolutionair karakter verslapte, verwachte zij steeds sterker van een alomvattende overheidsbemoeiing heil, bewoog zij zich vaster in staatssocialistische richting. Van dat staatssocialisme is het gemeentesocialisme de meest te duchten openbaring. Terecht merkte Edmund Fischer in een artikel in de Sozialistische Monatshefte ') op dat de practijk het besluit van den Berlijnschen partijdag waarbij alle gemeenschap met het staatssocialisme werd geloochend, buiten werking heeft gesteld. In werkelijkheid toch doen tal van sociaal-democraten niet anders dan in de gemeenteraden staatssocialistische politiek drijven. En niet alleen deze! Onderscheidene burgerlijke hervormers, die eveneens de gemeentelijke bemoeiing op alle levensuiting beslag willen doen leggen, sluiten zich bij hen aan. Wie op den gang van zaken in de gemeenteraden onzer groote steden let, moet getroffen worden door de overeenstemming tusschen de sociaaldemocratische en vrijzinnig-democratische afgevaardigden. Beide breiden de taak van het gemeentebestuur onnatuurlijk ver uit. Tegen die ontwrichting der maatschappelijke huishouding past groote behoedzaamheid.

Die waakzaamheid is met name van noode bij het belangrijk vraagstuk der gemeentebedrijven, dat vele

') Der Gemeindesozialismus in S. M., 1910, blz. 181 en vlgg.

Sluiten