Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merkt: „Zelf handel te drijven, het landbouwbedrijf uit te oefenen of eene of andere industrie ter hand te nemen kan, zooals hierboven is betoogd, niet geacht worden op den weg der gemeente te liggen. Wel is dit het geval , met het oprichten en beschikbaar stellen van instellingen en inrichtingen, die ten dienste van het verkeer r strekken, of waarvan de handel, de landbouw of de

nijverheid in het algemeen partij kan trekken en die dus, wel verre van het particulier initiatief te dooden, er in tegendeel krachtTg toe bijdragen om de voorname takken van het volksbestaan tot verhoogden bloei te brengen en op die wijze de algemeene welvaart in de gemeente te bevorderen.

Dit geldt dus niet alleen van verkeers-ondernemingen als tram-, omnibus-, stoomtramdiensten enzv. maarevenzeer van handels-instellingen en haveninrichtingen als entrepots, loskranen en dergelijke, van landbouw-instellingen als bijv. een proefstation en van instellingen in het belang dér nijverheid als een z.g. electrische centrale, die electriciteit ook op andere wijze levert dan door middel van leidingen. Waar evenwel de algemeéne redactie ook gemeentelijke bankinstellingen zoude toelaten, beoogt de aan het slot aangebrachte restrictie dit af te snijden. Het bankiersbedrijf en de geldhandel zijn aan te gevaarlijke schokken onderhevig, dan dat men de gemeentegelden daaraan zou mogen wagen."

Het ontwerp werd geen wet; over het algemeen werd het met weinig ingenomenheid ontvangen; Oppenheim geeftinzijn Het Nederlandsch Gemeenterecht een scherpe kritiek. Toch bevat deze wetsproeve elementen, die bij de omschrijving der overheidstaak goede diensten kunnen bewijzen.

Sluiten