Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

valt te twijfelen, maar principieele bedenking is naar ons oordeel tegen zoodanig ingrijpen niet te maken.

Nog enkele gevallen zijn denkbaar. Evenwel manen gelijkelijk practijk en theorie de Overheid om slechts in onafwijsbare uitzonderingsgevallen op het bedrijfsleven beslag te leggen.

Van der Borght drukt zich in zijn Grundzüge der Sozialpolitik ') niet te sterk uit als hij zegt: „Het gemeentebedrijf mag nooit zoo uitgebreid worden dat de particuliere werkzaamheid daardoor zoo wordt belemmerd dat de economische zelfstandigheid en verantwoordelijkheid der bevolking daardoor onderdrukt'of althans sterk benadeeld wordt."

* * *

Nog geringer wordt onze sympathie voor deze gemeentebedrijven indien bij hun beheer gehoor wordt gegeven aan den wensch, die thans veelvuldig wordt geuit en als het non-plus-ultra van gezonde democratische politiek wordt voorgesteld. Beteekenende bijdragen uit de bedrijven voor de gemeentekas worden uit den booze* geacht. Het némen van winst is ongeoorloofd, naar levering voor den kostprijs dient te worden gestreefd. Met kracht is vooral van socialistische zijde protest aangeteekend tegen het heerschend stelsel om bijdragen uit de

') Leipzig, 1904. De aangehaalde plaats vindt men op blz. 449. Veelszins kunnen wij ons vereenigen met de beschouwingen van P. H. van der Kemp Voor of tegen gemeentelijk bedrijf, in De Economist, 1903, blz. 431 en blz. 474 en vlgg. Zijn standpunt blijkt uit de woorden op blz. 452: „De vraag: Vóór of tegen gemeentelijk bedrijf? — zou ik echter niet in volstrekten zin wenschen te beantwoorden, steeds zou ik zeggen: dat hangt er van af."

Sluiten