Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedrijven tot versterking der gemeentefinanciën te doen dienen. De afgeschafte gemeentelijke accijnzen keeren aldus vermond terug — zoo luidt de klacht in allerlei toonaard. Toen Mr. Pat ij n zich in zijn Praeadvies voor het Congres van gemeentebedrijven van deze taktiek niet afkeerig betoonde, werd zijn optreden aanstonds in 'De Gemeente ') als een verloochening van de liberale politiek voorgesteld.

Wij nu zeggen het Mr. Patijn gaarne na: de winst als rechtsgrond van het gemeentebedrijf moet worden verworpen maar toch is zij als gevolg volkomen te aanvaarden.

Moeten dan in heffingen boven den kostprijs geen vermomde accijnzen worden gezien? Niet kan worden ontkend dat ér reden bestaat om met Mr. Pierson uit te gaan van de stelling, dat deze heffingen zoo al niet in den vorm dan toch naar het wezen, zeer veel overeenstemming met accijnzen vertoonen. Voor velen ligt daarmee het vloekvonnis gereed: als verfoeilijk reactionnairisme dienen ze te worden geweerd. Immers de groote man van het gemeenterecht, Prof. Oppenheim, heeft de beperking dier accijnzen in 1851 en haar

') De Gemeente, 15 Mei 1910. Zie ook De Gemeente, 15 Maart 1909. Vliegen zegt in zijn reeds genoemd Praeadvies dat „groote winst uit de bedrijven ontaardt in de meest hatelijke indirecte belasting". In gelijken geest Tak in De Kroniek van 21 Juni 1902.

Een interessante polemiek werd gevoerd tusschen J. Th. Gerlings en J. de Koning in De Ingenieur, 1903, no. 1 blz. 271 en vlgg., en blz. 518 en vlgg. De eerste meent dat de gemeente niet behoeft te trachten door voortgezette prijsverlaging, ook zonder dat de behoefte daaraan blijkt, die winst tot het geringst mogelijke bedrag terug te brengen. Hij wijst o. a. op het ongewenschte dat de prijzen telkens met de productiekosten schommelen.

Sluiten