Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afschaffing in 1865 genoemd „de groote maatregel die de Gemeentewet tot blijvend sieraad strekt" en toen in dat glorieuze jaar der afschaffing, een enkele schuchter zijn stem daartegen durfde verheffen, moest velerlei ' reserve worden gemaakt, wilde men niet tot de verstandeloozen worden gerekend. Mr. van Lynden b.v. verontschuldigde zich aldus: „Men moet zich getroosten, om in naam van de nooit volprezen wetenschap voor domper, een nachtuil, misschien voor nog erger te worden uitgekreten, indien men het durft wagen, het voor die arme, vervolgde, zoo gejaagde accijnzen op te nemen en men mag zich gelukkig rekenen, indien men door de economisten niet, als van alle gezond verstand beroofd, uit de beschaafde wereld wordt verbannen."

De voorzichtigheid, waarmee Mr. van Lynden het waagde voor de accijnzen op te komen, betaamt voor een deel nu nog. Voor een deel, omdat zich reeds eenige kentering' openbaart. Het zou niet moeilijk vallen in het buitenland te wijzen op menig vooraanstaand en vooruitstrevend man op het gebied der gemeentepolitiek, die ruime bijdragen verdedigt. In het werk van Bouvier, Les regies municipales ') wordt veroordeeld een streven om bij de vaststelling der prijzen niet van den kostprijs te doen afwijken. Merkwaardig is vooral de belangrijke samenkomst van de Verein für Sozïalpolitik in 1910, waar de beste en meest vooruitstrevende mannen van Duitsch.land, het als de meest gewone en eenvoudigste zaak ter wereld voorstelden, dat uit de bedrijven, indien mogelijk, ruime bijdragen worden getrokken, Adolf Wagner, het hoofd der staatssocialisten, zeide het uitdrukkelijk: Zij behooren aan de gemeente te komen tot vervulling ') Zie blz. 79 en vlgg.

Sluiten