Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Handelingen vindt men als bezwaren vermeld: de belemmering van het verkeer door binnenlandsche tolliniƫn, de hooge inningskosten, het gevaar van smokkelarij en het overdreven opzetten van den prijs door den verkooper, bij zijn streven om geen schade te lijden. Al die bezwaren doen zich uiteraard niet voor bij het doen stijgen van de prijzen der gemeenteproducten boven den kostprijs. Ook wordt hier niet zoo sterk gevonden de grief dat rijken en armen evenveel betalen omdat gewoonlijk de mate van gebruik bij de waren, door de genaaste bedrijven geleverd, bij beide klassen der bevolking meer uiteenloopt dan bij zeep, zout, brood enz..

Terwijl deze nadeelen hier ontbreken, kan op menig voordeel gewezen worden. In de eerste plaats oefenen de prijsheffingen geen sterken druk, daar zij zeer geleidelijk werken. Verder is aan haar het groote voordeel verbonden, dat zij die anders moeilijk in de gemeentebelasting kunnen worden betrokken eenigermate meedragen in de kosten. In de derde plaats oehoeven geen inningskosten te worden geboekt. En ten slotte wordt de hooge opvoering van de directe belastingen, welke vooral voor eene gemeente fataal kan zijn, op gelukkige wijze door deze prijspolitiek tegengehouden. Zoo kan acht worden geslagen op Oppen hei m ' s waarschuwing dat de band, die de burgers aan de gemeente bindt, oneindig veel losser is, dan die hen aan den staat bindt.

Natuurlijk is het doel dezer opmerkingen niet om de stelling te verdedigen, dat het nemen van winst zonder eenige beperking, ten aanzien van welke waren ook, mag worden doorgevoerd. Met betrekking tot eerste levensbenoodigheden als water is de grootste reserve geboden. Ons hoofddoel is te weerspreken de bewering alsof het eisch zou zijn van een goede politiek met de prijzen

Sluiten