Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bekende aannemersfirma Cerlijn en de Haan laat zich over de Amsterdamsche verordening aldus uit: „Deze bepalingen zijn toch de oorzaak dat wij een zoogenaamd standaardloon hebben, waaraan particulieren, al is het juist niet in de bestekken omschreven, zich houden moeten. Het belet eene concurrentie, waarvan de werkman hoofdzakelijk de dupe is en waarbij de lage inschrijving gebaseerd is op minder uit te betalen loonen. Hoe meer het regel wordt bepalingen hieromtrent in de bestekken op te nemen, hoezuiverderdeconcurrentiewordt."

Niet minder beslist luidt de verklaring der Aannemerssociëteit „de Vereeniging". Het Bestuur schrijft: „De ingevoerde regeling voldoet bij iedereen goed. Wenschelijk zou zijn, dat die algemeen zou mogen worden toegepast zonder voorschriften van hooger hand. Dit wordt echter onmogelijk geacht vooral door de scherpe concurrentie en daarom wordt het geven van voorschriften bepaald noodzakelijk geacht, om dwang uit te oefenen op eene billijke loonregeling en om de werklieden te beschermen, dat zij niet de dupe worden van de concurrentie, die vooral aannemers uit de provincie hunne Amsterdamsche collega's aandoen, door aanwending van arbeidskracht, die te min betaald 'wordt."

Het is dan ook verklaarbaar dat op de Algemeene Vergadering van den Nederlandsche» Aannemersbond, in 1910 te 's-Gravenhage gehouden, het algemeen gevoelen was dat besteksbepalingen over minimum-loon en maximum-arbeidsduur, waarbij rekening wordt gehouden met het plaatselijk gebruik, in het belang der aannemers zijn.

Wordt dus het belang van de Gemeente en den goeden patroon door de besteksbepalingen gediend, evenzeer strekken zij ten voordeele van de arbeiders. Ook deze goede werking wordt geloochend.

Sluiten