Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

De 16de eeuwse taal voor literair verkeer, waarvan in de volgende bladzijden proeven gegeven worden, is een uit het N. O., uit NoordDuitsland, geïmporteerde schrijftaal geweest, die aldus misschien nergens door iemand binnen onze hedendaagse grens gesproken, maar wel nagenoeg aldus buiten die (toen nog veel minder scherpe staats-)grens in NoordDuitsland geschreven werd. Het is in hoofdzaak de Middelnederduitse, Nedersassiese schrijftaal (voor zover men in die tijd en in Neder-Duitsland van één schrijftaal spreken mag), uit „Oostland" als „Oosters" doorgedrongen niet alleen in Groningen, Drente, Overijsel, waar de Sassiese gesproken volkstaal er denkelik vrij dicht bij gestaan zal hebben, maar ook in Friesland, waar men toen stellig nog algemeen Fries, geen Sassies sprak, en ook in Gelderland, waarvan de dialekten — men denke b.v. aan het Veluws, dat toch stellig eigen geweest is aan een, ook in deze bundel vertegenwoordigd, schrijver als Joannes Anastasius Veluanus, uit Garderen geboortig — vrij ver van die N. O. schrijftaal verwijderd geweest zullen zijn. Men zie echter in het woord „Oosters" niet meer dan een verzamelnaam. Immers, hier is nog geen sprake van één en dezelfde gevestigde schrijftaal, maar van één of meer, alle duidelik van 't Vlaams-Brabants-Hollands onderscheiden, maar onderling toch ook nog weer zeer verschillende schrijftalen: een in die „beroerlicke tyden" zeer begrijpelik proces van gisting, waaruit op den duur misschien wel één schrijftaal zou zijn voortgekomen, maar dat in allen gevalle nog niet zover heeft doorgewerkt.

Dit Oosters' (waarin, door de nauwe en voortdurende aanraking met het Hoogduits begrijpelikerwijze veel Hoogduitse vormen zijn binnengedrongen, waarvan er vrijwat, naar hier meegevoerd, in onze Nederlandse schrijftaal zijn blijven hangen), gehanteerd door ontwikkelde Groningers, Friezen, Drenten enz., die er b.v. de historie van eigen of ouder tijd in schreven, was in hoofdzaak ook dezelfde taal als geschreven werd in de kanselarijen van onze hedendaagse oostelike gewesten en in officiële brieven.

Een tijdlang scheen 't of deze, in onze (noord)oostelike gewesten dus door velen geschreven taal daar de schrijftaal zou worden. De

Sluiten