Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe loven zij den Heer, hun gunstigen weldader! Zij gingen haastelijk in 't leven door den dood, Gerukket onverwacht uit hunne moeders schoot, Gedragen in den schoot vari hunnen liefsten Vader.

REVIUS.

28. Aan de drie wijzen uit het Oosten.

Gij die gewoon omhoog met uwen geest te zweven,

De voorbereidselen des Hemels, eer het daagt,

Met gouden letteren op bruin azuur geschreven,

Den op- en ondergang der aardsche rijken vraagt,

Wat hope is uwe kunst van boven toch gegeven,

Waardoor gij hierbeneén zoo zwaren landreis waagt?

Wat is er dat uw hart, door weetlust aangedreven,

Uit uwen morgenstond naar dezen middag jaagt?

Ja, wereldwijzen, ja, die reden is gevonden:

Terwijl uwe oogen vast de Hemelen doorgrondden,

Verslingerde uw ziel op zooveel heerlijkheid,

En, speurende uit het licht van een genadesterre,

Dat hier de leidstar was, die derwaerts aen geleidt,

Zoo volgde uw graag geloof haar heilrijk spoor van verre.

Dullaert.

29. On his blindness.

When I consider how my light is spent,

Ere half my days, in this dark world and wide,

And that one talent which is death to hide,

Lodged with me useless, though my soul more bent

To serve therewith my Maker, and present

My true account, lest He, returning chide;

„Doth God exact day-labour, light denied?"

I fondly ask; but Patience, to prevent

That murmur, soon replies: „God doth not need

Either man's work, or His own gifts; who best

Bear His mild yoke, they serve Him best; His state

Is kingly: thousands at His bidding speed,

And past o'er land and ocean without rest;

They also serve who only stand and wait.

MlLTON.

Sluiten