Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Around her, lovers, newly met

'Mid deathless love's acclaims, Spoke evermore among themselves

Their heart-remembered names; And the souls mounting up to God

Went by her like thin flames.

8. And still she bowed herself and stooped

Out of the circling charm; Until her bosom must have made

The bar she leaned on warm, And the lilies lay as if asleep

Along her bended arm.

ROSSETTI.

Voorts: Paul Gerhardt's Abendlied: „Nun ruhen alle Walder"; Vondels Gebedt uytgestort tot Godt; Huygens' Op tnyn Geboortedagh; Herbert's Gods Restraint; Vaughan's Regeneration; De Musset's Espoir en Dieu; De Génestet's Leekedichtjes.

c. Wijsgeerige levensbeschouwing. 66. Dood-Troost.

(Tweespraak voor A. R. over d'aflijvigheid van zijn lieve zoon I. A.)

1. Menschelijke Weemoedigheid.

Nu treurt mijn ziel in dezen droeven stand! O harde dood van een zoo waarden pand, Wat laat gij mij meer dan gedachtenis, Die in den geest een nest van smerten is?

2. Wijsheids Rading.

Heeft dan de Dood zooveel rampzaligheid? Dat eens moet zijn, mag dat zoo zijn beschreid? Te sterven is een algemeene wet, Van God (die nooit iets kwaads en doet) gezet.

Sluiten