Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz.

G. EPIGRAMMEN.

47. Castigatio (Hooft) . . .' 60

48. Op Cornelis Anslo (vondel) 60

49. Aen den lasteraer van Huigh de Groot (Vondel) 60

50. „Dirk," zei Truy (HuygeNs) ,60

51. Sneldicht (Huygens) 60

52. Epigram (Pope) ... - ' ... 61

53. L'autre jour au fond (Voltaire) 61

54. Der Meister (Schiller) 61

55. Das Distichon (Schiller) 61

56. Recensent (Goethe) 61

57. Gesellschaft (Goethe) 62

58. Panacee (Goethe) 62

59. I strove with none (Landor) 62

H. VAN VELERLEI VORM.

a. Volkskunst en individueele kunst.

60. Daar moet veel strijds (Camphuysen) 62

61. Wandrers Nachtlied (Goethe) 63

b. Geloof.

62. Een water als cristal (Luiken) 63

63. Extase (Victor Hugo) 64

64. Gij badt op eenen berg alleen (Gezelle) 64

65. The blessed damozel (rossetti) 65

c. Wijsgeerige levensbeschouwing.

66. Dood—Troost (Camphuysen) 66

67. Air („Droom is 't leven") (Luiken) 68

68. Eins und Alles (Goethe) 68

d. Geschiedenis.

69. Marching along (Browning) 69

70. L'Idole (Barbier) 70

71. O Captain! My Captain! (Whitman) 71

e. Maatschappelijk Leven.

72. The Bridge of Sighs (Hood) 72

73. Song to the men of England (Shelley) 73

Sluiten