Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. op verzoek van den houder;

b. wanneer, naar het oordeel van 's Raads voorzitter, niet of niet voldoende zijn nageleefd de voorwaarden, waarop de vergunning is verleend.

c. wanneer, naar het oordeel van "s Raads voorzitter, de houder der vergunning of de beheerder zijner onderneming zich, wat den opkoop van tabak betreft, in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan kwade praktijken, dan wel wanneer hij, indien iemand zijner ondergeschikten zoodanige feiten heeft bedreven, daartoe door *s Raads voorzitter aangemaand, in gebreke blijft dergelijke praktijken te voorkomen ;

d. bij staking van het bedrijf.

HOOFDSTUK III. Van opschuring en vervoer van tabak.

Artikel 13.

(1) Hij, die een gebouw of opstal, van welken aard ook, bezigt tot het opbergen; drogen of bereiden van ongekorven tabak, behoeft daartoe een schriftelijke vergunning van 's Raads voorzitter.

(2) De in de eerste alinea van dit artikel bedoelde vergunning wordt in deze verordening „schuurvergunning" genoemd.

Artikel 14.

(1) Het vorige artikel is niet toepasselijk op den Inlander, die zijne woning en aanhoorige gebouwen bezigt voor het opbergen, drogen of' bereiden:

a. van tabak, als bedoeld in het eerste lid van artikel 1 ;

L van tabak, geplant door of ten behoeve van eenen houder

eener aanplantvergunning, indien en voor zooverre hem dit

door dezen is opgedragen.

Sluiten