Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. aanwijzing van de plaats, waar het gebouw of de opstal is gelegen;

c. datum en nummer van het besluit, waarbij schuurvergunning is verleend;

d. de in het sub c bedoelde besluit vermelde voorwaarden. (4) De vergunning houdt in:

a. naam en woonplaats van den houder;

b. aanwijzing van de plaats, waar opkoop van ongekorven tabak door den houder der vergunning is toegelaten;

c. de voorwaarden, bedoeld sub d alinea (3) van dit artikel, voor zoover naar het oordeel van den in alinea (I) vermelden ambtenaar, deze betrekking hebben op den opkoop van tabak. Ten derde: Deze verordening treedt in werking op den dag harer afkondiging.

Korte toelichting op de Tabaksverordening. HOOFDSTUK |

Voor het planten van tabak op erfpachtsgronden is geen vergunning noodig. Op erfpachtsperceelen is ingevolge het Agrarisch Besluit van 1870 (artikel 13) alleen verboden de papavercultuur en in sommige gevallen de koffiecultuur. Vandaar dat in de gewestelijke verordening in alinea 2 van artikel 1 de teelt van tabak op erfpachtsgronden aan geen vergunning is onderworpen, daar bij eventueele weigering inbreuk zou gemaakt worden op de bepalingen van voormeld agrarisch besluit.

Voor het planten van vooroogst-tabak op huurgronden moet een vergunning worden gevraagd.

Het kweeken van tabakszaailingen is niet geoorloofd in desa's waar geen aanplantvergunning is verleend.

De aanvraag ter verkrijging van een aanplantvergunning moet geschieden bij gezegeld verzoekschrift aan den Voorzitter van den Gewestelijken Raad. Een model aanvraag is hierachter bijgevoegd als bijlage I.

Sluiten