Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK K

In artikel 10 wordt gesproken van ongekorven tabak; die woorden omvatten alle tabak, die niet bestemd is voor de InIandsche markt. Voor opkoop van kerftabak is dus geen vergunning noodig.

Men moet bij de opkoopvergunning twee soorten onderscheiden: ten eerste die vergunning, welke tegelijk met de schuurvergunning wordt uitgegeven en die betrekking heeft op het gebouw of opstal. Ze staat ten name van de onderneming, die schuurvergunning heeft. De opkoop aldaar mag plaats hebben door elk ondergeschikte, zoowel Europeesche als Inlandsche.

Ze wordt alleen verstrekt wanneer in een desa, waar de schuur is gelegen nog vrijmantabak aanwezig is. Is bijv. in een desa uitsluitend huurtabak, dan is een opkoop vergunning daar overbodig. De huurtabak wordt ingeleverd tegen de voorwaarden, en niet opgekocht.

De tweede soort opkoopvergunning is de z.g. borgvergunning, welke voornamelijk gegeven wordt aan Inlanders, die door de ondernemers worden belast met opkoop van vooroogsttabak.

Die vergunning is strikt persoonlijk, terwijl de plaats, waar opgekocht mag worden, in de vergunning is omschreven. Die plaats is meestal de woning van den borg.

In de laatste jaren zijn geen borgvergunningen men uitgegeven voor den naoogst.

De voorwaarden waaronder de borgvergunningen worden gegeven, zijn de volgende:

Ie de vergunninghouder alleen persoonlijk mag opkoopen ;

2e dat alleen op de plaats in de vergunning vermeld opgekocht mag worden ;

3e dat alleen mag vervoerd worden langs de in de vergunning vermelde wegen ;

4e dat geen groene tabak mag opgekocht worden ;

5e .dat de houder der vergunning in relatie staat met een met name genoemde onderneming of firma ;

6e dat de vergunnig vervalt op den in de vergunning vermelden datum.

Sluiten