Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 4.

Tot het uitoefenen van het toezicht op de naleving dezer verordening zijn de personen genoemd in artikel 5, bevoegd om van des voormiddags zeven uur tot des namiddags zes uur de terreinen en perceelen, waarop zich gebouwen bevinden, te betreden.

Artikel 5.

Tot het opsporen van overtredingen dezer verordening zijn, behalve de ambtenaren en beambten van politie, bevoegd : de controleerende ambtenaren bij het Binnenlandsch Bestuur en de aangestelde rooimeesters en fungeerende rooimeesters, ieder voor zooveel zijn ressort aangaat.

Artikel 6.

(1) Overtreding der bepalingen in de artikelen l en 3 dezer verordening wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste f 100.— (een honderd gulden) of met gevangenisstraf van ten langste acht dagen.

(2) Bovendien is de overtreder dier bepalingen verplicht om al betgeen in strijd daarmede is verricht of wordt aangetroffen, binnen een maand na den datum van het, eene veroordeeling inhoudend vonnis, te verwijderen.

(3) Bij nalatigheid in het nakomen van het bepaalde in de voorgaande alinea van dit artikel zal de verwijdering van een en ander plaats hebben op last van het betrokken Hoofd van plaatselijk bestuur en op kosten van den overtreder.

Artikel 7.

Deze verordening kan worden aangehaald onder den titel „Dakbedekking-verordening" en treedt in werking op den negentigsten dag na dien harer afkondiging in het officieele nieuwsblad, op welken datum vervalt het besluit van den Resident van Besoeki van 3 Juli 1900 No. 4576, afgekondigd in de Javasche Courant van 20 Juli 1900 No. 58.

Sluiten